Home > festival, gezien > Gezien: Appelpop 2014

Gezien: Appelpop 2014

DSC09422Appelpop in Tiel is wel vaker voor ons het toetje van het buitenfestivalseizoen, en dit jaar was het weer ook nog eens erg lekker. Het festival kon genieten van een aangename nazomer, waardoor we nog een laatste keer de zonnebrand op onze smoel moesten smeren. Appelpop, beetje suffe naam hoor ik je denken (al is Appelsap als naam voor een festival nog veel gekker), maar het past goed bij Tiel, Flipje en de Betuwe, en natuurlijk het jaarlijkse fruitcorso in Tiel, dat voor het eerst dit jaar een weekje later zou worden gehouden (en waarom niet; de drukte wat verspreiden lijkt me verstandig). Appelpop is een beetje het broodje kroket van de Nederlandse festivals (al eens eerder zo genoemd hier dacht ik), typisch Nederlands dus, met een selectie van alle relevante live-acts uit ons eigen land, zoals altijd aangevuld met een paar internationale toppers. Als je het omdraait: als je als Nederlandse act nog nooit op Appelpop hebt gestaan, ben je geen grote naam in Nederland. Voor mij persoonlijk is Appelpop ook een snack: echt verfijnd is het allemaal niet, maar het hapt wel lekker weg.

Ook dit jaar is niet alles goud wat er blinkt op Appelpop, het zijn toch de acts die je vaker kunt zien op andere festivals, maar hier en daar zijn nog best wel aardige dingen te vinden. Bovendien is het helemaal gratis daar op de Waalkade in Tiel. Eigen drank meenemen mag dan uiteraard niet. Een muntje kost – net als vorig jaar – twee euro en negentig cent, en daar kun je een klein bekertje flets bier voor halen. En als je genoeg drinkt moet je geheid een keer naar de WC, waar je ook voor je plasje moet betalen (50 cent per keer of iets van drie euro per dag geloof ik). Het is het allemaal wel waard, hoewel het op het terrein wel vrij druk is. Af en toe kom je de grote tent niet fatsoenlijk in door de drukte, maar bij de andere twee podia is het goed te doen, en daar staan ook de leukere dingen vandaag. Vind ik dan. En dan heb ik het over de zaterdag van het tweedaagse festival, dat altijd op vrijdag aftrapt. Jawel, het is al weer meer dan een week geleden, maar ik ben niet meer de snelste hè. Maar dan toch nog maar even een klein sfeerverslagje.

Het is inmiddels tegen drie uur in de middag als we het terrein op komen lopen en het is al aardig druk. Jett Rebel is net afgelopen en Dotan heeft de dag geopend op het hoofdpodium, zou dat veel publiek op de been hebben gebracht? Zoals gezegd pikt Appelpop er wel mooi de fijnste Nederlandse acts elk jaar, en dus kunnen dat soort acts niet ontbreken. Toch zie ik liever Afterpartees, waar we direct langslopen, want het McBlossom-podium staat vlakbij de ingang (en is, net zoals het Go-Tan-podium, onoverdekt i.t.t. het hoofdpodium). Maar goed, Afterpartees hadden we al gezien deze zomer (Valkhof Festival) dus we lopen maar eens richting Chef’Special op het hoofdpodium. De tent is bomvol en met moeite schuiven we naar een plekje waar we ook wat van het podium kunnen zien. Nou ja, er staan wel videoschermen, maar die tonen ook veel reclame (er zijn schermen die niet eens optredens laten zien, maar alleen reclame). Maar goed, Chef’Special stond nou niet in mijn boekje als ‘must-see’-act – de band heeft al genoeg aandacht gekregen via 3FM en heeft mijn goedkeuring ook niet direct nodig – maar toch is hun combi van rap, funk, reggae en popmuziek aangenaam. Aangenaam ja. Niet direct spectaculair. Maar het publiek vreet het enthousiast allemaal en het wordt overtuigend gebracht.

Chef’Special

Chef’Special

Het Go-Tan-podium ligt pal naast het hoofdpodium en daar spelen de enthousiaste rakkers van DeWolff weer een fijn potje seventies blues met een psychedelisch randje. Maar ik heb ze wel eens wat vuiler en vuiger gezien in mijn herinnering. Het is allemaal netjes uitgevoerd (de Hammond bromt weer lekker en ook de gitaar wordt hier en daar lekker aangejakkert), maar toch had ik het sneller en harder willen zien. Meer jams, solo’s en dikkere riffs. Maar wie ben ik. DeWolff is nog steeds heel leuk, maar op de een of andere manier vond ik ze toen ik ze voor het eerst zag (de-Affaire in 2009) wat meer onbevangen jonge honden.

DeWolff

DeWolff

Vervolgens lopen we naar dat andere kleinere podium voor een persoonlijke favoriet uit België: Steak Number Eight. Een fijn gerecht als je het mij vraagt dus, een extra reden om af te reizen naar Tiel. De band vervangt een andere Belgische metalact Diablo Blvd, die origineel was geprogrammeerd op die spot. Maar goed, die kregen een aanbieding van een metalfestival in de Amerikaanse staat New Jersey en dat wilden ze niet laten lopen. Enfin. Steak Number Eight is een uitstekende vervanger. De Tielse jeugd vermaakt zich ook opperbest bij deze act, die je ergens kunt plaatsen in de hoek van sludge en postrock/-metal. Het is gezellig onrustig voor het podium, er wordt flink gepogood. Enorm grappig om te zien hoe het publiek zich daar opmaakt voor een enorme wall of death, terwijl (ik ken de nummers wél) er net een rustig (lang) nummer wordt ingestart. Zanger Brent Vanneste moet er af en toe om lachen, wat er allemaal voor het podium gebeurt. Toch grappig om te zien hoe de band de set dus opbouwt, met stevige riffs aan het begin (o.a. “Dickhead”) en einde (de klassieke uitsmijter “Pyromaniac”) met daartussen ook rustigere passages die meer aan post-rock refereren. Dynamisch en afwisselend. Ik hou daar wel van, het voorkomt een doorbeukende eenzijdigheid. Jammer wel dat het geluid niet helemaal jofel staat, dat is echt een uitzondering vandaag op dit podium (van wat wij daar hebben gezien dan). Het geluid staat wat wollig, de gitaren vallen wat weg in een brei, en Vanneste is slecht te horen. Zo knalt “Pyromaniac” er op het laatst in, maar herken ik het bijna niet in het begin. Jammer, op de plaat is dat inderdaad een uitsmijter van jewelste, vandaag in Tiel komt het niet helemaal los zoals het zou moeten. Maar toch. Goede band. Fijn optreden.

Steak Number Eight

Steak Number Eight

Wat deden we daarna ook alweer? Oh ja. Nu we er toch zijn. Taymir dan maar op dat andere kleine podium. De band uit Den Haag stond eerder dit jaar op Pinkpop. Toe maar. Het zei me echt even niks. Het doet me vandaag denken aan Arctic Monkeys (zeker in het begin) en de Beatles, en ik zit daar achteraf niet heel ver naast geloof ik. Jaren zestig popliedjes met een vrolijk randje. Net wat te beleefd en mainstream toch, terwijl het zo aardig begon. Bas Prins en Quinten Meiresonne zaten eerder in The Consolers, zo lees ik achteraf, en stopte met die band om niet een sixties gimmick te worden. Ik snap het wel. En ze proberen ook een modernere twist te geven aan het geluid, maar het mag van mij nóg eigenwijzer met iets meer peper, zout en ballen. Niet onaardig toch, met een handvol ‘slimme’ popsongs.

Taymir

Taymir

Daarna lopen we nog even langs Jacqueline Govaert naar de uitgang. Na Krezip (dat al weer vijf jaar terug werd opgedoekt) is ze solo nooit zo populair geworden (ja lieve/leuke liedjes ja, maar meer ook niet), maar hier trekt het nog aardig publiek (en meer dan enkele jaren terug in mijn herinnering, toen ze op het hoofdpodium stond). Daarmee is ze ook een aardige ‘last-minute’ vervangster voor Crystal Fighters, waarvan een dag eerder drummer Andrea Marongiu plotseling overleed. Het e.e.a zorgt voor een verschuiving in het programma (Direct sluit nu af op het hoofdpodium in plaats van Crystal Fighters), waardoor we ons moment om even uitgebreid te gaan eten verplaatsen naar… nu.

Eenmaal terug op het terrein lopen we eerst nog even langs Bliksem op het McBlossom-podium. De band speelde eerder op Zwarte Cross, Into the Grave en Graspop Metal Meeting. Gevalletje stoempende metal met dubbele bassdrums, marcherende thrash en een zangeres. Peggy Meeussen zet een fijne schreeuwgrunt strot op en de band is zo strak als een metalband hoort te zijn. Vuisten in de lucht en gáán. De Tielse jeugd kon er voor het podium weer lekker op los gaan. Bliksem trekt tot eigen verbazing nog behoorlijk wat publiek. Toch weten we het na een tijdje wel, en lopen we even door naar dat andere buitenpodium.

Bliksem

Bliksem

Want daar is De Staat al begonnen, Nijmeegs trots in bange dagen. Met I_Con, het derde album dat vorig jaar uitkwam, wisten ze in mijn beleving geen hele dikke potten te breken. De hele hype lijkt een beetje voorbij rondom De Staat. Het zijn nog steeds dezelfde doorgewinterde muzikanten, maar ook in Tiel komt het niet direct over als the next big thing. Bij momenten zijn het de aanstekelijke ritmes en sexy industrial grooves die me overtuigen, maar de sleet komt er ook wel een beetje in, zo lijkt het. Zanger Torre Florim was met leden van zijn band en Roosbeef in De Tweede Speeldoos wat verrassender, speelser en dynamischer. Maar goed, dat kan ook mijn perceptie zijn. Iets dat nieuw is (De Tweede Speeldoos zag ik dan ook pas een keer op het Valkhof en vond het toen reuze leuk) vergelijken met een band waarvan je het geluid ondertussen wel kent. “Talk Dirty”is een aardige cover van Jason Derulo (het origineel is kut volgens Florim, de band heeft het nummer ook wel eens bij Giel gespeeld), maar het zijn vooral de oudere ‘hits’ die het veld in beroering brengt voor mijn gevoel. “Witch Doctor” klinkt dan wel lekker opgefokt als laatste nummer, misschien wel het beste nummer van I_Con.

De Staat

De Staat

Ik ben niet zo heel erg op Kensington dus die glijerige radio-rock laten we een beetje op de achtergrond passeren in de grote tent, en we gaan maar eens op tijd staan bij Thomas Azier. Eigenlijk is het ook een glijer, iemand met van die hele grote gebaren op het podium (denk aan die gast van Hurts ook), maar je kunt hier ook spreken van ingeleefde theatraliteit. Of goed acteurswerk. Of overacting. Wat maakt het uit. Ik zag hem al eerder op het Valkhof Festival, maar het valt me nu pas echt goed op dat Azier maar één extra bandlid heeft meegenomen. Veel komt er uit een doosje, zo niet alles behalve de zang. Toch wordt er wel aan de knoppen gedraaid, worden er melodietjes gedrumd op de digitale drumpads en hangt Azier soms zelf aan een synthesizer. Het geheel klinkt in elk geval loepzuiver en knalt goed en hard het terrein op. Azier zelf noemt zijn muziek (volgens het programmaboekje) DDR&B, oftewel een muziekstijl (R&B) met een oude Duitse DDR sfeer. Het wordt ook in de aankondiging genoemd dat R&B, maar ik haal het er niet helemaal uit. Wel de dance/techno-invloeden (standplaats Berlijn heeft zijn invloeden gehad), maar eigenlijk klinkt het me voornamelijk als gemoderniseerde eighties synthpop / new wave zoals voornoemde Hurts of Depeche Mode. Misschien is zijn gezongen hartzeer wat overdreven, maar het klinkt vandaag niet té glad allemaal. Moet je net voor in de stemming zijn, maar Azier heeft hier vast zieltjes gewonnen.

Thomas Azier

Thomas Azier

Vervolgens zien we nog een stukje Russkaja, even iets heel anders. En dat klinkt dan even als een plat Russisch polka-feestje, maar wat wordt dat verdomde goed uitgevoerd. De band bestaat natuurlijk al veel langer (al een paar keer in Wageningen gezien op het bevrijdingsfestival, maar ze hebben op meer festivals gestaan in Nederland) en is dan ook enorm goed op elkaar ingespeeld. De zanger jut het publiek lekker op (“Russ-Ka-JAAAA”) en het publiek doet gewillig mee met het hossen, de circle-polka-pits en alle andere danspasjes. Party on!

Russkaja

Russkaja

Een dag eerder mocht Typhoon de 3voor12 award ophalen en vanavond sluit de band het  McBlossom-podium – in stijl – af. Het gaat de band voor de wind. Naast een overtuigend optreden op Lowlands mag de band zichzelf ook nog eens de nieuwe huisband van DWDD noemen. Ik had het gemist op Lowlands, al had ik toen wel graag de versie van “Zandloper” met Andre Manuel willen zien. Ik ben gewoon niet zo’n hiphop/rap liefhebber. Bij het begin van het optreden sta ik er dan ook een beetje verloren bij (het is joekelsdruk trouwens, de hele dijk staat van boven tot onder vol), maar gaandeweg de eerste nummers wordt ik langzaam meegesleurd in die .. eh .. wervelwind van Typhoon. Wat een achterlijke strakke band heeft hij hier staan zeg, alleen al die drummer is een genot om het hele optreden naar te kijken, hij doet me denken aan die enorme coole dude van een drummer van The Roots die je elke avond bij Jimmy Fallon kunt zien. Wát een groove/funk zit er in deze band. Hoe verder het optreden komt, hoe langer de nummers worden uitgerekt tot feestelijke proporties. Zeven jaar deed hij over zijn tweede bejubelde plaat Lobi Da Basi (Surinaams voor liefde is de baas) en hij is nog steeds maar 26. Tussendoor was hij wel bezig met Fakkelbrigade, Muppetstuff en andere projecten, maar hij zaait nu oogst als solo-artiest. Met dank aan die strakke band dus, met die gruwelijk funky drummer dus, vette bassist en prettige blazers. Tja, op de plaat kon het me niet zo boeien allemaal, maar hier in Tiel werkt Typhoon aan een ongekende apotheose van Appelpop met een lang uitgerekte versie van “Zandloper”. Typhoon blijkt een dijk (pun intended) van een afsluiter (hoe was het bij Direct eigenlijk?). Typhoon is dan dus toch die terechte hit van het jaar, met name op basis van dit live-optreden, alsof ze dit al decennia lang zo doen. Knap.

Typhoon

Typhoon

Appelpop was dus ook dit jaar een fijn extraatje zo aan het einde van het festivalseizoen, met een programma waar ik normaal niet direct van wakker zou liggen. Maar als je er dan toch bent, blijkt het een lekker appeltje voor de dorst*.

* flauwe woordspeling alarm

Compact camera pics: hier.

Andere getuigenverklaringen: 3voor12.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. 27 januari 2016 om 21:07

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: