Home > festival, gezien, Uncategorized > Gezien: Lowlands 2014 (zondag)

Gezien: Lowlands 2014 (zondag)

DSC08796-iconHet is zondag. De derde dag van het Lowlands festival (ja, we kunnen nog steeds rekenen) en de korte nachten beginnen ons al wat op te breken. Of zou het door de alcohol komen? Of beide? Echter, na een ontbijt met koffie gaat wordt er toch weer een blik bier losgetrokken zodat we onszelf al wat moed kunnen indrinken op weg naar de ingang van het festivalterrein. Het is die ochtend wat nat geweest, maar nu wordt het droog en er waait een vies fris windje. Het is nog vroeg eigenlijk, want net zoals gisteren (en andere jaren) staat er wel weer wat aardigs in de ochtend geprogrammeerd.

De vraag is of Fink ons wakker weet te krijgen in de Bravo. Artistiek brein van de Engelse band is Fin Greenall, die ooit zijn geld verdiende als DJ, maar nu meer als singer-songwriter zijn brood verdient. Kom ik gelijk op het leukste moment van het hele optreden. Het is een traditie, aldus de voorman, om ontbijt te serveren. Jawel, Fink stond al eerder op zo’n spot op Lowlands (2011), maar of hij toen ook hele bergen krentebollen het publiek inslingerde weet ik niet. Het is een grappig gezicht vandaag, al duurt het wel wat lang voordat alle schalen leeg zijn. Mooi bruggetje naar het woord ‘traag’. Het kabbelt, beste mensen. Het kabbelt. Zeker, het is bij vlagen mooi, maar we worden er niet wakker van. Integendeel. Het bloedjemooie “Pilgrim” trekt alles wat meer de diepte in, echt een fantastisch mooi nummer, maar verder mis ik vooral de mineurakkoorden die zo goed passen bij dit soort muziek. Prima artiest en band, maar het blijft voornamelijk te vrijblijvend aanvoelen. Van een warme slaapmuts naar te lang doormijmeren in saaiheid. [3voor12 video]

 De warme singer-songwriter liedjes van Fink transformeren haast ongemerkt in iets groters. Zo zijn de spanningen zorgvuldig uitgemeten in het bezwerende ‘Pilgrim’ en eindigen ‘Berlin Sunrise’ en ‘Looking Too Closely’ met een soort hemelbestormende postrock-climax. … Wie de moeite nam om zijn tentje op deze vroege zondagmorgen te verruilen voor de Bravo zag een artiest in bloedvorm. – ROAR E-Zine

Fink

Fink

Nu we er toch zijn. In de India staan twee vrolijke tweelingbroers (duh, twee) uit Australië, oftewel de Pierce Brothers. Tjonge wat hebben die er zin in en wat maken ze een plezier met elkaar en met het publiek. Het is de eerste keer dat ze in Europa spelen, zo vertellen ze, en ze spelen zoiets als honkytonkblues, althans dat is het eerste wat me te binnen schiet. Vrij standaard prairie-rock of zo. Of noem het vrolijke country/folk/blue(gras)s. De aanstekelijke blijheid is ook wel weer eens verfrissend tussen de bands waaraan je kunt zien dat ze het kunstje veel vaker uitvoeren. De tweeling heeft het lange haar in een knotje, al verliest er een op een gegeven moment zijn haarbandje, maar hij krijgt er een toegegooid uit het publiek. Onder gejuich natuurlijk. Het tweetal trekt een hoop instrumenten uit de kast, naast natuurlijk de gitaar en percussie-instrumenten. Dan is de mondharmonica nog niet zo verwonderlijk, maar het gebruik van een didgeridoo is dat wel natuurlijk. Ze trekken publiek op de zondag, dat voor de verandering ook blijft staan kijken.

Maar ondanks alle toeters, bellen en koprollen missen de broertjes een klein dingetje: een hit. Het zijn Lorde-cover ‘Tennis Courts’ (met zelfs een stukje Calvin Harris) en een John Butler-instrumental die het vanmiddag moeten doen, want hun eigen singles ‘It’s My Fault’ en ‘Flying Home’ die ze op het eind spelen, steken maar weinig boven de andere liedjes uit. Sympathieke jongens, maar het is te hopen dat C-categorie folkacts als deze over niet al te lange tijd weer lekker in de anonimiteit dicht bij zichzelf kunnen blijven. – 3voor12

Pierce Brothers

Pierce Brothers

Tijd voor wat ongegeneerde ongein met Orgaanklap met de diepgang van een bierviltje. Man, man, wat is dit eens even lekker. Nou goed, dan ga ik mezelf tegenspreken, want ik ben normaal niet zo van die enorm platte feest-acts en meezingkleppers, maar dit soort guitige, droge, ranzige humor kan ik wel  waarderen. Precies wat Lowlands even nodig heeft ook, in mijn beleving dan. Er gebeurt wat op het podium. En er valt flink wat te lachen. Gimmick of niet, dit soort Nederpunkgaragerock waarin – pak ‘m beet – De Raggende Mannen wordt verweven met de Heideroosjes, werkt uitstekend hier in de X-Ray. Natuurlijk is het simpel. Gitaristen met alleen een onderbroek aan. Een gastrol voor een bebloede gitarist. Enorm ranzige moppen. Een spuitende dildo. Dus. Goed, dan kan het allemaal veel strakker gespeeld worden, maar de gimmick wordt verder zelfverzekerd uitgevoerd en ze krijgen het publiek met gemak mee. Verreweg het lolligste optreden van Lowlands dit jaar dus.

Gore punkpop met veel energie en zwarte Zeeman-onderbroekenlol, zo’n band kon Lowlands prima gebruiken. De dag is begonnen met het beste advies voor als je gedumpt bent: ‘Mijn hand is altijd strakker dan jouw kut.’ – 3voor12

Orgaanklap

Orgaanklap

Dan missen we wel weer het begin van Kovacs, maar inmiddels heb ik een stelregel op festivals. Als je het leuk of goed vindt, moet je zeker niet weglopen, dat valt alleen maar tegen. In dit geval overlapt er wel een act waarvan ik achteraf meer had willen zien (op deze editie van Lowlands overlappen maar weinig dingen die ik echt per se wilde zien dus). Nou, deze dame is toch niet zo heel lang bezig of bekend, maar dat zou je niet zeggen als je kijkt naar het podium. Hier is over nagedacht (misschien te veel als je kritisch wilt zijn), maar ik vind het ook wel eens een verademing als alles klopt met betrekking tot de aankleding op het podium. Schemerlampen, leren jasjes, hoedjes, een stoere gitariste, een oude koffer, en Sharon Kovacs zelf ziet er uit als een echte diva met haar donkere kleding en een bontmuts die ze half over haar hoofd heeft getrokken. Jongens, wat een dijk van een stem heeft ze toch. Zo donker en doorleefd als Grace Jones of Shirley Bassey (ook wel vergeleken met Lana del Rey, Goldfrapp, Marlene Dietrich of Hildegard Knef) maar het is gewoon een kaalgeschoren dame uit Eindhoven (ik heb het over haar hoofd dan hè). En dan die muziek. Majestueus als een de soundtrack bij een James Bond film. Jazzy en soulvol. Stuur haar maar naar de volgende editie van het Eurovisie songfestival, zeg ik dan. Ik vind het wel wat hebben dus, al is het niet direct een genre waar je mij normaal gesproken ’s nachts voor wakker hoeft te maken, maar dit is bij vlagen gewoon indrukwekkend. Minpuntjes? Mja, misschien het geluid (dat had nog wat voller kunnen zijn, meer bas of zo) en Sharon zelf is nog wat te bescheiden en komt tussendoor soms zelfs over als een giechelend meisje. Alsof ze voor het eerst op een groot festival staat. Oh wacht, dat is natuurlijk ook zo. Het komt denk ik nog beter over als ze gewoon de “fuck you”-mentaliteit wat meer tentoonspreid en wat zelfverzekerder op het podium gaat staan. Take it or leave it. Maar dat komt vast nog goed. [3voor12 video]

Kovacs kan diep en verhalend zingen en haar stem is volledig op z’n plek in de georkestreerde omgeving. Zoals ook die gastbijdrage van Kyteman klopt …. Gelukkig lukt het Kovacs vervolgens om de langzaam voller wordende Bravo weer in de zorgvuldig opbouwde roes te trekken. ‘My Love’ moet dan nog komen, een sterke single waarvan we er overigens meer hebben gehoord. Het vakje ‘belofte waarmaken’ kan worden afgevinkt. – 3voor12

Kovacs

Kovacs

Terug naar de India voor Jonathan Wilson (wel eens gemist op het Valkhof Festival, nu in de herkansing dus), die terug gaat in de tijd en zoiets maakt als alt.country en pop uit de jaren zeventig met flarden psychedelica. Opvallend hoe hij (samen met zijn band natuurlijk) de nummers uitrekt tot oneindige proporties. Ik hoor je al denken, daar zul jij wel pap van lusten. Echter, het is niet altijd even diepgaand en in het begin is het allemaal wat aan de slome kant zelfs. Je gaat er niet direct van dansen, het is geen feestpartij, en ik hoor geen hele bijzondere dingen. Toch is het bij vlagen wel lekker. Het zijn goede muzikanten die in de langgerekte stukken bij vlagen weten te excelleren. Op de lekkerste momenten doet het aan Pink Floyd denken en eigenlijk had er gewoon een luie stoel moeten staan om langzaam in weg te kunnen zakken (bij het laatste “Valley Of The Silver Moon” bijvoorbeeld). Aardig optreden derhalve, maar over het geheel net wat te suffig (of noem het stoffig).

 De jaren zeventig zijn in het universum van Wilson nooit helemaal voorbij. Waar de optredens bij de vorige tour ietwat slaapverwekkend konden zijn, heeft Wilson nu live aan kracht gewonnen. … Echter, hoeveel gitaarexercities kan men hebben? – File Under

Dit weekend zul je weinig muzikanten tegen komen die hun instrument zó goed beheersen als Jonathan Wilson. Deze 39-jarige muzikant brengt een eigentijdse mix van jaren ’70 popmuziek, folk en country waarin oude helden als Dylan, Springsteen, The Byrds en Dire Straits schuilen. … Er staat hier een echte muzikantenband. Smaakvol en opwindend, maar wel een tikkeltje afstandelijk. Het beste is letterlijk voor het laatst bewaard. ‘Valley Of The Silver Moon’ is in deze uitvoering van 20 minuten niet minder dan briljant. – ROAR E-Zine

Jonathan Wilson

Jonathan Wilson

SOHN is de band rondom Christopher Taylor, de in Wenen residerende Londense producer. Hij mocht vorig jaar al invallen met zijn band voor London Grammar (die dit jaar weer verstek moesten laten gaan). Toen op de zondagochtend in de India, nu op de zondagmiddag in de (veel) grotere Bravo. Opvallend is hoe gelikter de aankleding en de show is. Waar het vorig jaar nog allemaal spontaan leek en er gewoon lekker gespeeld en gekletst werd, is de opstelling nu wat (te) bedacht en afstandelijk. De drie bandleden zitten ver uit elkaar en kijken elkaar volgens mij gedurende het optreden nauwelijks aan. De heren zijn allen in het zwart gekleed, en de band wordt van achteren belicht door een setje staande LED-lampen op een rijtje. Goed voor de sfeer dus, maar het tranformeert de band van een – eh – hechte band naar een gelikte act. Affijn. Die fijne electronische knisperbeats en het frisse sample-werk (met name van zijn stem) zijn natuurlijk gebleven, en SOHN blijft daarmee het (uitstekende) debuutalbum Tremors trouw. Taylor zit op een schavot, wat hoger op het podium, en zijn stem is vandaag uitstekend (denk aan James Blake bijvoorbeeld). De muziek spat zuiver de zaal in. Diepe bassen en heldere klanken. Clean ook. In zo’n live setting valt dan wel op dat niet alle nummers even sterk zijn, en er gebeurt ook verder weinig op het podium, maar voor de rest is het gewoon een sterk optreden. Benieuwd hoe dit in het najaar in Doornroosje in Nijmegen gaat klinken. [3voor12 video]

SOHN samplet alles bij elkaar, inclusief zijn eigen stem en alles knalt loepzuiver en op een uitstekend volume de speakers uit. Maar Tremors, zijn debuutplaat, mist snelheid en dat is al luisterend met de koptelefoon absoluut geen probleem. Maar op het podium, waar verder ook niet veel gebeurt, gaat dat zich wreken. – File Under

De tent is goed gevuld en lijkt onder de indruk van de lome bassen, felle lichten en hoge, loepzuivere vocalen. De muziek van SOHN is te omschrijven als r&b, maar ook het minimale aspect, dat we kennen van James Blake en Chet Faker, is een vaste waarde. Het is jammer dat SOHN vast zit aan zijn eigen vaste formule, decor, podiumplek en presentatie. De uitvoering van de muziek is goed, maar er gebeurt net iets te weinig om een uur lang te blijven groeien. SOHN’s muziek leent zich er goed voor om visueel uit te pakken, maar die kans wordt niet gegrepen. – KindaMuzik

SOHN

SOHN

De Amerikaanse stonerrock/metalband Red Fang heb ik inmiddels wel gezien (in Doornroosje dit jaar nog), maar het is wel een van de betere hardere bands op deze editie van Lowlands. De India-tent ziet er echter weer behoorlijk vol uit, en wij zoeken even een zitplekje buiten op, we staan immers al een uurtje op vijf op onze poten en dat houdt geen hond vol. De band ragt strak en in vol tempo door zoals we dat van ze gewend zijn, maar het betere werk zit aan het eind van de set, voor zover we dat vanaf buiten kunnen volgen dan. [3voor12 video]

Wat Red Fang doet is grofweg een mix tussen stoner (de groove), trashy metal (de felheid en het tempo) en sludge (de slepende hardcore elementen en de herhalende backing vocals). Ziedend en razend uitgevoerd, met afwisselend leadzang van de bassist (zingend) en de rechter gitarist (brullend, bijna gruntend). … Het duurt wel tot vierde nummer Sharks voor we de eerste pit, crowdsurfer en zelfs pintjes door de lucht zien vliegen. – 3voor12

… veel dichter bij echte gitaarherrie gaan we niet komen, deze Lowlands. Het is een ongewaardeerd genre dit jaar. Helaas is alleen Red Fang net niet wat we willen zien. Want ook Red Fang brult het ene na het andere cliché over de weide. Natuurlijk, het is de enige metalband op Lowlands maar met hun op stoner gebaseerde metal komt Red Fang vooralsnog niet verder dan het naspelen van hun favorieten. – File Under

En dan gebeurt dan toch het onvermijdelijke, er komt (voor het eerst eigenlijk) een serieuze plensbui aan. We vluchten maar op tijd naar de X-Ray, want daar stond Little Big ook nog aangekruist in mijn boekje. ‘Partypunkdiscohousegabber’ had ik er bij geschreven en dat is het ook. Leuker dan zoiets als bijvoorbeeld Die Antwoord denk ik, en overduidelijk met een dikke knipoog geserveerd. Ik kan er wel om lachen. Rusissche folklore in gabber-stijl en met een kleine dame in Russiche outfit (mag ik dwerg zeggen?) op links die een potje meezingt en leuke danspasjes voordoet. Het laatste “Everyday I’m drinking” – je komt uit het land van de Wodka of niet – kunnen we met z’n allen hard meezingen, en dat deuntje zou nog lang in mijn hoofd blijven nazoemen. Voor een schuilplek voor de regen uiterst vermakelijk allemaal.

Het ravet, het springt en het stuitert en dit alles afmaakt met terrorclowns en zombies! … Niks nieuws onder de Russische zon, Little Big zijn Russen, maar als Die Antwoord mag, dan mag Little Big ook. – File Under

Ze knallen er drie kwartier lang een soort Russische interpretatie van Eurotrash doorheen waar verrassend goed op gejumpstyled kan worden. Terwijl we doorlopend visuals van zombies of horrorclowns te zien krijgen, komt er tijdens ‘Life In Da Trash’ ook daadwerkelijk een stel zombies het podium oplopen. … Eigenlijk is het allemaal wat minder grappig dan Orgaanklap, die andere onzinact in de X-Ray vanmiddag. Maar de sfeer zit er dankzij de energie van met name de hooligan goed in, al komt na een halfuurtje wel een beetje de klad erin. – 3voor12

Little Big

Little Big

Met twee man een India platspelen? Het kan. Royal Blood speelt, net zoals Red Blood Shoes op vrijdag in de opstelling drums + gitaar. Alleen dit is nog wat vetter op riffs gebaseerd en klinkt standje moddervet. Wat een enorm relaxte drummer ook. Ben Thatcher is zijn naam. Zanger/gitarist Mike Kerr zingt een beetje als Jack White – beetje zoet soms ook – maar vooruit. Vette stoner dus, al begint het op den duur ook wel een beetje op elkaar te lijken allemaal. Een band die we vast nog wel vaker gaan tegen komen.

Wat vooral opvalt aan hun sound is wat een massieve muur van geluid ze kunnen produceren met slechts bas en drums…. minder rommelig en met in elk nummer een stevige, strak gespeelde heavy metal riff. … Natuurlijk lijken de riffs veel op elkaar. Het is moeilijk met zijn tweeën een divers geluid te creëren, maar Kerr maakt desondanks veel indruk met de leads, akkoorden en baslijnen die hij tegelijk uit zijn instrument krijgt. – 3voor12

Ze hebben gewoon sterkere nummers. En een beest van een drummer. Ook door de bas als een gitaar te bespelen krijg je aparte effecten, waarmee Royal Blood zich ruim boven de concurrentie plaatst. – File Under

… maakt geen vernieuwende, maar wel een bijzonder doeltreffende mix van powerrock, stoner en garage. Geheel in de traditie van vroegere Queens of the Stone Age, the White Stripes en the Black Keys. … In hoog tempo vuren de twee de ene na de andere monsterlijke gitaarriff en opzwepende drumpartij op het publiek af. Catchy, dynamisch en behoorlijk strak … – ROAR E-Zine

Daarna lopen we eens uitgebreid rond, laatste kans om eens het terrein verder te onderzoeken. Waar zit nu eigenlijk die afhaalchinees? Wat is er allemaal op de markt te zien? Zijn de CD’s gewoon nog steeds zo duur bij Concerto? (ja dus). Wordt er nog lekker geknutseld bij de kartonfabriek? Enfin. We komen onderweg nog wel The Skints tegen, maar reggae? Neuh. Niet zo’n zin in. En zo zijn we eigenlijk nauwelijks bij de Lima geweest dit jaar. We nemen verder nog een hapje en drankje en maken ons op voor de grande finale met Portishead. Deze Britse triphopband uit Bristol had haar hoogtepunt in de jaren negentig en zat in dezelfde stroming (of noem het vaarwater) als Massive Attack. Ik zag ze voor het eerst op Rock Werchter 2011 op het grote podium in de open lucht en had toen wel het idee dat het beter zou passen in een (donkere) tent. En inderdaad. Goed, de show zelf is niet zo spectaculair, alhoewel de visuals op de achtergrond best mooi zijn (zangeres Beth Gibbons is er regelmatig op te zien, al dan niet door een leuk kleurfiltertje gehaald), maar het gaat hier vooral om de muziek en de sfeer. De band is ronduit in vorm en het geluid staat vlekkeloos, al is dat beter te horen als ik ergens halverwege verhuis van linksvoor naar midden-achter. De tent is dan ook al wat leger gelopen, in het begin was het behoorlijk vol, waarschijnlijk omdat de mensen toch op tijd naar Queens of the Stone Age willen. Nou mooi dan. We krijgen hier nog even een imposant sluitstuk van Portishead voorgeschoteld. Het hele optreden is sterk in het schakelen van de wat meer subtielere sfeer naar wat meer bombast. Hoogtepunten genoeg, zoals het indringende “Glory Box” natuurlijk. Momenten ook waarbij het publiek wat meer de adem inhoudt. Gibbons gaat is getergd en zingt indringend, ook al staat ze er zoals altijd stoïcijns bij. Minder subtiel gaat het er aan toe bij “Machine Gun”, dat klinkt als een indringende – eh juist – machinegeweer. Oeps, toch maar eens die oordoppen in doen dan. Als geheel is de show een perfecte afsluiter in de Grolsch-tent, waarbij licht, geluid, zang, teksten en muziek samenvloeien tot een indrukwekkend geheel. Zonder gedateerd aan te voelen.

Portishead is vandaag goed. Heel goed zelfs. Maar niet legendarisch. De euforie ontbreekt in de betrekkelijk tamme tent. … Het voelt als een privilege om deze volstrekt uniek band live aan het werk te zien, al miste voor ons net dat legendarische beetje extra waarop we gehoopt hadden. – ROAR E-Zine

Van de meesterlijke gitaarpartijen van Adrian Utley tot de getroebleerde spookzang van Beth Gibbons, en van de visuele pracht tot het kraakheldere geluid in de Grolsch: alles aan dit optreden klopt. Alweer. …  Misschien wordt het na zes jaar tijd eens tijd voor nieuw werk, misschien komt het wel nooit meer. Een ding is zeker: Portishead mag, ook dan, tot in de eeuwigheid met deze liveshow blijven touren. Tijdloze perfectie. – 3voor12

Portishead

Portishead

In de afterparty dan nog de carnavalspolka van Festa Orkesta onder leiding van Kees van Hondt, en die maakt van de India – uiteraard – een groot takkenbos. Dikke planten en halve bomen zijn naar binnen gesjouwd en worden vrolijk heen en weer gezwaaid. Dat was natuurlijk al jaren de traditionele afsluiter. Vorig jaar was hij afwezig, dit jaar is hij terug. Ook leuk, die beveiligers die buiten de andere kant op kijken. Wat een contrast. [3voor12 video]

We gaan rondlopen en ook de laatste avond blijkt het ronduit druk voor de Juliet-tent voor een optreden van Buurman & Buurman XL. Hopelijk nog eens een keer zien in een theater dan. We hangen nog wat rond bij de Hacienda (vroeger de Groovetube) en verbazen ons er over hoeveel oude nummers nog mee worden gezongen door de jongeren aldaar. Mooi zo, die zijn goed opgevoed. In de Bravo-tent speelt Schlomo en dat is nog niet eens zo onaardig, maar we trekken de gemiddelde leeftijd aldaar wel iets omhoog. Tijd om naar de tent te gaan.

Lowlands, u was weer ouderwets gezellig. Hoogtepunten? Ja die waren vooraf ook wel redelijk te voorspellen – echter verrassingen waren er naar mijn idee niet – maar ik heb me vooral vermaakt met Temples, Birth of Joy, Real Estate, Nick Mulvey, Orgaanklap, Kovacks, SOHN en Portishead. Bands die ik zeker nog wel een keer zou willen zien. Voor mij de bepalende graadmeter voor succes. Hoewel de programmering beter moet en kan, heb ik me toch wel enorm vermaakt, gelukkig was alles naast de muzikale programmering uitermate goed verzorgd. Volgend jaar weer? Ik denk het. Laten we die 15 keer op een rij ook maar volmaken dan…

Andere getuigenverklaringen en bewijsmateriaal:

Zie ook: verslag Lowlands vrijdag en zaterdag

DSC08796

DSC08859

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: