Home > festival, gezien > Gezien: Lowlands 2014 (zaterdag)

Gezien: Lowlands 2014 (zaterdag)

DSC08793Dag twee van Lowlands. Hoe is het weer eigenlijk? Het valt allemaal reuze mee beste mensen. Soms wordt je meewarig aangekeken als je vertelt naar Lowlands te gaan. Goh, moet je dan in een tentje slapen? Heb je je rubberen kaplaarzen bij je? Nou als we een paar buien hebben gehad zo zondag tegen het einde van de middag en in de avond, en een enkele bui in de ochtend, dan is het veel. Het terrein is tot op zondagmiddag nog aardig droog, al is het wat fris aan het worden en gaat er een koud windje opsteken op zondag. Maar het is nog zaterdag. En er is zon op zaterdag. Sterker nog, ik smeer me in met factor 50. Kan me niks gebeuren zo. Zoals elk jaar programmeert de organisatie iets op het – voor deze tijd en plaats – vroege tijdstip van half twaalf. In de ochtend nog nota bene! En dan is het meestal iets waar je best je bed voor uit wilt komen om het eens te bekijken. Groter argument dit jaar was toch wel: ach we zijn nu toch wakker en we kunnen wel op de camping blijven zitten, maar als we dan toch gaan rondhangen kunnen we dat net zo goed op het festivalterrein zelf doen.

Veel broertjes (Tangerine, Pierce Brothers etc) en zusjes dit weekend op Lowlands, zo las ik al ergens. Zo ook de twee Zweedse zusjes Söderberg van First Aid Kit. Voor het tijdstip past dit soort muziek dan wel weer. Lome countryfolkpop – ooit geïnspireerd door Fleet Foxes en Joanna Newsom – met de mooie meerstemmige zang van Johanna en Klara. Het is allemaal melodieus en aardig gezongen en klinkt op zich wel goed, maar het is mij net wat te liefjes allemaal. Het is (in mijn rare gedachtenspinsels dan) vaak niet heel veel meer dan zoetig tienermeisjes-gepingel, maar het zal vast verantwoord zijn. Het nummer “America” van Simon & Garfunkel betekent veel voor ze, maar ik vind het niet eens het beste nummer van de set. Cultuurbarbaar dat ik er ben. Net wat te glad om echt wakker geschud te worden, net wat te braaf om in dromenland te blijven verkeren.

Het duo vult elkaar vocaal gezien prima aan en ze klinken samen als twee nachtegaaltjes … Het geheel blijft luchtig en de liedjes gaan er stuk voor stuk in als zoete koek. … Op deze vroege zaterdagmorgen is First Aid Kit toch net wat te braaf om de slaap volledig te verdrijven. – ROAR E-Zine

First Aid Kit

First Aid Kit

Nu we er toch zijn. Het oerhollandse Birth of Joy – met leden uit Amsterdam, Enschede en Leiden – is misschien wel een van de betere Nederlandse acts op het festival dit jaar. Ik  pak het even een paar nummers mee. De bevlogenheid van deze jongens is aanstekelijk. Noem het enthousiast. En dat slaat over op het publiek. De X-Ray is een ontzettend ruk-podium vind ik nog steeds (haringen in een ton, zweethok, ongezellig rond staal), maar Birth of Joy brengt – eh – Joy en vuur. Rock van de oude stempel. Degelijke blues- en psychedelische rock met een verslavend orgeltje. Volgens sommigen van onze groep wordt dit het hoogtepunt van de dag, maar ik moest zo nodig naar dat lekkere saaie bandje, iets verderop in de India. Nou goed, ik had Birth of Joy al wel vaker gezien (de-Affaire in 2010 en 2011 bijvoorbeeld), maar zeker tof dat ze het op de goede plek op het juiste moment waarmaken.

… op Lowlands worden veel zieltjes gewonnen, de band is in topvorm … De aanstekelijke energie dwingt af om te springen en te duwen. Birth of Joy heeft een zekere noodzaak, je wil blijven kijken en geen moment missen. Van deze heren gaan we nog veel horen. – KindaMuzik

Real Estate noemde ik al eerder de lekkerste saaie niks-aan-de-hand-muziek de je kunt bedenken. Rinkelende gitaren die je oren kietelen. Fris. Fruitig. Zomers. Schoenen uit. Blote voeten in het gras. Ogen dicht. Na het vurige Birth of Joy is dit soort kalme muziek even wennen. De Amerikaanse band lijkt ook echt even op gang te moeten komen en zeker in het begin klinkt niet alles even vlekkeloos. Dat kan strakker, denk ik nog. Ook de geluidsmix is – zeker in het begin – wat overheersend in het gebied van de midden-tot-bas-tonen. Misschien mist er ook wat diepgang nu ze de toetsenist hebben thuisgelaten. Waarom eigenlijk? En wat staan ze daar ongelooflijk gezapig te spelen. Maar dan toch, dat verslavende gitaargepingel… Ik doe even mijn ogen dicht en op een gegeven moment komt het dan toch echt wel binnen. Althans sommige nummers. Het kan niet verbloemen dat Real Estate geen live-band pur sang lijkt te zijn – zeker vandaag niet – en dat het vooralsnog het lekkerste is om het thuis op de achtergrond aan te hebben. De India loopt dan ook een beetje leeg, maar dat vond ik nou ook weer een beetje overdreven. Volgende keer maar eens in een zaal gaan zien, als ze in topvorm zijn en het publiek aandacht heeft voor de band en hopelijk zij ook iets meer voor ons. [3voor12 video]

Fijn rinkelende gitaren, puike samenzang en zoals gezegd, wonderschone melodieen. Zelden klonk de indiepop zo mooi als in de India bij Real Estate. We zijn amper begonnen en nu al een hoogtepuntje. – File Under

Vooral Courtney oogt vermoeid en bovendien is de toetsenist van de groep er wegens onbekende motieven niet bij. “Unfortunaly, we’re a bit down” legt hij later uit en – inderdaad – prachtige liedjes als ‘Easy’, ‘The Bend’ en het briljante ‘Out Of Tune’ weten vandaag wegens onoplosbare geluidsproblemen, valse vocalen en het te langzaam inzetten van nummers niet te bekoren. De groep speelt enigszins ongeïnspireerd en maakt een wat suffige indruk. … Gaandeweg herpakt het viertal zich enigszins met prima uitvoeringen van ‘It’s Real’ en ‘Had To Hear’. – ROAR E-Zine

Real Estate

Real Estate

We zijn nu toch in de buurt, al had ik misschien toch even die overtocht moeten wagen naar Oscar and the Wolf op het Charlie-podium. Maar we beleven een relaxt weekend, en de Larry Gus had ik nog niet fatsoenlijk kunnen zien (ja op het Valkhof Festival kreeg je er maar weinig van mee helaas). De Griekse beatmaster en knoppenkoning (echte naam Panagiotis Melidis) heeft duidelijk last van ADHD en de zenuweritus. Hij begint nog met zoiets als dat hij getrouwd is (‘kun je nagaan… ik!?’) en dat hij net een kind heeft maar dat hij die het liefst verkoopt. Na de show. Voor 20 euro. En dan begint dus die nerveuze set met een hoop sample knip- en plakwerk en de slagen achter hem op de drum en bekkens. Het is bij vlagen opwindend en dansbaar is maar soms ook onnavolgbaar. Ik krijg zelf het gevoel dat de mensen er vooral zijn vanwege de buzz rond het optreden op Best Kept Secret, maar dat je een spontaan feestje dus niet kunt afdwingen. Er wordt gedanst, maar ik voel het niet echt. De opwinding wil niet echt komen. Niet bij mij althans. Ik vind het best leuk, maar ik hou het op een gegeven moment ook maar voor gezien. Sowieso moet je dit dan ook niet ergens in de middag programmeren, maar diep in de avond in een donker hol waarbij iedereen een stuk meer beneveld is. Maar het kan ook gewoon aan mij liggen. [3voor12 audio]

… hoewel het optreden dat hij in de X-Ray gaf niet tot de grote doorbraak zal gaan leiden. Bij deze Griekse sensatie zit wel meer dan één steekje los. Hij gaat compleet op in zijn eigen spel en danst als een bezetene over het podium. Gus sampelt zijn eigen vocalen en mixed het geheel op het podium aan elkaar tot een opzwepende mix van dance, house en ‘n snufje bass en drum. … De eigenzinnige knip- en plaktronica vliegt van hot naar haar … Compleet van de pot gerukt, maar bijzonder vermakelijk. – ROAR E-Zine

Als na twintig minuten een deel van het publiek het voor gezien houdt, en alleen de echte liefhebbers over zijn, verandert de X-Ray eindelijk in het grote Larry Gus Circus waar iedereen op hoopte. … Voor de echte fans werkt het als een speer, en dus staan we allemaal weer schaamteloos raar te dansen. … De bizarre zegetocht duurt nog even voort. – 3voor12

Larry Gus

Larry Gus

Nee, dan ga ik liever nog eens een keer Nick Mulvey bekijken, die had ik immers gedeeltelijk gemist op het Valkhof Festival dit jaar, en dat zou me niet nog een keer gaan gebeuren. Als je het het hebt over ‘mannen-met-gitaar’ is deze Britse singer-songwriter voor mij een van de grotere ontdekkingen sinds Villagers. Niks voor mij normaal gesproken, maar ook hier op Lowlands bewijst hij dat dat elk nadeel zijn voordeel kan hebben. Dat de uitzondering de regel bevestigt. Voor mij persoonlijk dus, maar dat had je al in de gaten. Zijn gitaarspel is wonderschoon en tokkelt als een sprankelende fontein over je heen. Vandaag speelt hij een paar nummers zonder band, normaal gesproken het moment om hard weg te rennen (ik wilde zeggen: ‘kotsneigingen te krijgen’, maar ik zal het maar netjes houden). Ik hou gewoon niet zo van suffe kampvuurmuziek op zo’n podium. Maar verdomd, ik sta hier toch gebiologeerd te kijken en vooral te luisteren naar die vriendlijke man met dat blauwe mutsje en met dat virtuoze gitaarspel. De beste muziek van Lowlands tot nu toe is gewoon heel soft blijkbaar. Geen platte feestjes, maar iets meer diepgang graag. Warm. Volbloedig. Zomerse feelgood. Zoals al eerder opgemerkt is het vooral mooi hoe de band Mulvey aanvult en de tent vult met een warm bad van klanken. Mooie cover ook van Gillian Welch (“Look At Miss Ohio”), maar “Cucurucu” op het einde blijft de leukste meezinger van het weekend. Blijvertje, die Mulvey.

Mulvey is een fenomenaal gitarist en speelt op een nylon string gitaar. … met zijn band, met een fijne staande elektrische bas stijgt hij boven de standaard singer-songwriterschap uit. Zijn Gillian Welch-cover is de kers op de taart. – File Under

Sommige uitvoeringen zitten vandaag tegen het briljante aan, zoals een vol ingehouden spanningen gebracht ‘April’, ‘Fever To The Form’ en het betoverende ‘Juramidam’….  Naast een oprechte en sympathieke muzikant heeft Mulvey voor een debutant al indrukwekkend veel goede liedjes op zijn repertoire. Vandaag bewijst hij zeker de capaciteiten in huis te hebben om een singer-songwriter van de bovenste plank te worden. – ROAR E-Zine

Nick Mulvey

Nick Mulvey

We blijven maar weer eens wat rondhangen op het terrein van de X-Ray, Bravo en India. In de Bravo – de grote danstent die dit jaar rechts van de ingang staat geparkeerd (als je binnen komt lopen) is Gregory Porter bezig. Een voormalige rugbyspeler. Ik weet niet waarom hij altijd ingepakt zit in een zwarte sjaal, maar misschien heeft hij van die bloemkool-oren gekregen van het rugbyen. Ik weet het echt niet. We horen jazz en soul, prima muzikanten (uitstekende solo’s) en de heerlijke stem van Porter, maar we horen helaas ook het oorverdovende geroezemoes van het publiek in deze tent. Niet te doen dit, helaas. Gelukkig hebben we de video nog, kunnen we lekker thuis kijken, zonder gereutel in je nek. [3voor12 video]

Het publiek valt als een blok voor de honigzoete en soulvolle stem van Porter. Hij zingt heel makkelijk maar is ook technisch één van de beste vocalisten van deze editie van Lowlands. Maar ook zijn band bestaat uit enkel geschoolde muzikanten. Het publiek onthaald de uitgebreide piano-, drum- en saxofoonsolo’s met veel enthousiasme en lijkt Gregory Porter in het hart gesloten te hebben. En terecht: wat een vakmanschap.  – ROAR E-Zine

Gregory Porter

Gregory Porter

Vervolgens zit er weer een gat in mijn geheugen, althans ik kan niet echt ontdekken wat we daarna gedaan hebben (het is inmiddels ook weer bijna een week verder). Ja we hebben Cage the Elephant weer van buiten de India tent zitten te bekijken. Die tent zat bij verschillende optredens toch behoorlijk vol. Veel kan ik me er ook niet van herinneren, anders dan dat er een energieke frontman op het podium stond en blijkbaar ook het publiek in is gedoken. De band komt uit Kentucky (ha, Fratsen!) en maakt zoiets als punkpop. Energiek, maar vooral op de achtergrond goed te doen, althans ik zag blijkbaar geen aanleiding om naar binnen te sprinten. [3voor12 video]

Voer voor fotografen, die frontman Matt Schultz. Energieker kun je je geen zanger wensen als band. Hij sleept het publiek en de band in zijn enthousiasme mee. Jammer dat het laatste album niet zo sterk is, geen enkele nieuwe song is bovengemiddeld. Daarom blijft de band een beetje steken in hun ontwikkeling. – 3voor12

Dan maar even een van de hipste bands van het moment bekijken, al loop je dan het gevaar dat zo’n bubbel ook makkelijk doorgeprikt kan worden. Op de plaat – sorry Spotify – klonk het best wel een beetje cheesy, maar we zijn nu toch in de buurt. Jungle dus. De nieuwste ‘ontdekking’ van de Britse pers. ‘Groovende nu-soul met veel hoogpolige synthesizertapijten – alsof de broeierige jarentachtigdisco van Imagination (wie kent ze nog?) een nieuw jasje heeft gekregen van Pharrell‘, zo lees ik ergens. Inderdaad. De eighties. Foute disco(/wave/funk). En de twee zangers die zingen als de Bee Gees. Zoiets. En dan nog een mannetje of vijf op het podium. Tijdens het voorluisteren voor het festival leek het me nog best wel fris, maar vandaag wil het kwartje maar niet vallen, ondanks dat de band prima lijkt te spelen verder. Daar zal het niet aan liggen. Het glijdt in elk geval wat langs me heen. Uiteindelijk mag het dan heel hip in z’n soort zijn, maar Lowlands prikt die bubbel toch ook wel wat door. De Bravo staat niet vol en veel voller wordt het ook zeker niet. [3voor12 video]

De songs kenmerken zich door de soepele, onderkoelde funkgroove en de afgemeten falsetharmonieën die we kennen van een groep als The Bee Gees. Het loonde de moeite om even speciaal te letten op de virtuoos meanderende basloopjes onder de zangharmonieën. Bands die hun albumgeluid op het podium weten te verrijken, effectiever weten te maken, die zien we graag langskomen op festivals. – de Volkskrant

 

Jungle

Jungle

Dan toch maar even eens een keer kijken wat er in de Alpha te doen is, die heb ik nog helemaal niet van binnen gezien. De tent lijkt te groot voor The Boxer Rebellion en staat maar halfvol, maar dat wordt wel gecompenseerd door de grootse en weidse gitaargeluiden en na-echoënde effecten. Een band met grote gebaren dus, die de allure probeert te krijgen van een stadion-act, maar dat nog niet is. Soms hoor je iets van de sound van U2 door de nummers heen sijpelen, maar ze ontberen toch een beetje de kwaliteitssongs – al is “Diamonds” inderdaad bloedmooi en – terecht – een hit van de band.

De set begint met moeilijke, trage nummers en wordt langzaam opgebouwd tot hoopvolle, opwindende hoogtepunten en snellere nummers. De dynamiek is erg belangrijk in de show, en daarom is het zo jammer dat veel mensen besluiten om vroegtijdig weg te gaan. The Boxer Rebellion heeft zijn plek in Alpha niet geheel verzilverd, maar komt goed weg met een lijst zeer goed uitgevoerde, epische indierocknummers en een geloofwaardige vriendelijkheid naar de fans toe. – KindaMuzik

Geen spectaculaire solo’s, geen opzwepende drumroffels, de akkoorden verschuiven haast onmerkbaar, details (een synth hier, een tamboerijn daar) vragen nooit expliciet om aandacht. … blijft hier na een uur helemaal niks hangen. – 3voor12

The Boxer Rebellion

The Boxer Rebellion

Eigenlijk had ik dan willen blijven hangen voor Beastmilk, maar een paar maten van me willen naar The Acid. Ook goed. Beastmilk had ik toch al eens gezien. Nu werd The Acid al achterlijk vaak getipt in de voorbeschouwingen, dus ik ben de moeilijkste niet en ga ook maar weer eens een poging wagen om in de X-Ray te komen. Gelukkig lukt dat aardig goed, en kunnen we in elk geval zeggen dat we een van de hipste acts op dat podium hebben gezien. Ik hoor het me nog zeggen bij SOHN: dit had ik vijf jaar geleden echt niks gevonden, en waarschijnlijk was The Acid toen ook niks voor me geweest. Het klinkt voor mij een beetje in de hoek van Son Lux, maar echt verstand van elektronische muziek heb ik absoluut niet. Geen makkelijke kost dit in elk geval. Minimal electropop. Of zoiets. James Blake-achtig bij momenten. De muziek wordt gemaakt door twee producers; de Brit Adam Freeland en de Amerikaan Nalepa, en de Australische folkzanger Ry Cuming a.k.a. RY X. Hier nog wat meer achtergrond (uit De Telegraaf nota bene!). Achteraf weet ik niet wat ik er van moet vinden. Bij vlagen wordt ik meegevoerd in de klanken en beats en op een ander moment hang ik wat verveeld tegen de ronde metaalplaten van de X-Ray. Zo tegen het einde komt het in elk geval beter los, als ook het publiek wat enthousiaster wordt. De visuals waren in elk geval mooi op de achtergrond en wat ik er van kon zien waren de heren enthousiast aan het werk. En de muziek: die ga ik nog eens wat vaker draaien. Goede muziek laat zich niet direct vangen, en wat dat betreft zou ik The Acid misschien net zo kunnen (gaan?) waarderen als een Suuns, waarbij ik een zelfde gevoel heb.

Het komt traag op gang, na de hierboven beschreven geluidsexplosie volgen de trage tracks ‘Tumbling Lights’ en ‘Animal’ die (hoewel zeker de tweede een goed nummer is) de X-Ray nou niet direct plat krijgen. Later gebeurt dat wel. …even maakt The Acid veel indruk, maar dat duurt niet lang genoeg om van een honderd procent geslaagde show te spreken. Daarvoor moeten de vier de spanning langer vast weten te houden. – 3voor12

The Acid

The Acid

Hierna heb ik het wel even gehad met de verantwoorde muziek en wat er verder op het terrein allemaal speelt. Ik kan me Lowlands 2002 herinneren waarin er twee avonden achter elkaar De Nacht van de Wansmaak werd vertoond. Hilarisch vond ik dat. De slechtste stukjes films, de meest beroerde special effects, de ronduit spectaculair slechte trailers, noem maar op. En dit jaar was er weer een editie. Leuk. Onder leiding van Jan Doense alias Mr. Horror werden er weer hilarische fragmenten vertoond van trailers als Gappa, Keiserin und Hoer en Bos Nigger. Hilarisch. Tot op de camping werden de slogans nog hard meegezongen. Volgens mij was niet alles nieuw (misschien was het een ‘best-off’) want ik had het idee dat ik het e.e.a. al wel eens had gezien. Maakt niet uit. Het staat me ook bij dat De Nacht van de Wansmaak ook al eerder dit jaar met een nieuwe editie op tournee door Nederland is gegaan, en ik begreep nu van Jan Doense dat ook Lux in Nijmegen in het najaar weer wordt aangedaan. Leuk. Even in de gaten houden.

Goed, dan mis ik ondertussen wel Gesaffelstein want tijdens het voorluisteren had dat nog wel de lekkerste beats in mijn gehoor. En dat bleek, volgens de getuigenverklaringen op het terrein achteraf en de Volkskrant een goed optreden. Nou ja, je kunt niet alles hebben. Ik wilde dan ook wel even naar dat bandje in de India.

The Amazing Snakeheads speelt in een half gevulde India. De Schotse Dale Barclay richtte de band ruim vier jaar geleden op met zijn twee beste vrienden en ze spelen een soort rauwe punk/blues met smerige zang. Denk Jon Spencer Blues Explosion. Of zoiets. Vette bandnaam sowieso. De frontman staat met een ontbloot bovenlijf op het podium en met een flinke zelfverzekerde houding. Het venijn zit gek genoeg meer aan het begin van de set. Opeens mag er een dame twee nummers meezingen, maar ze wordt niet echt voorgesteld en ze gaat ook weer geruisloos af in mijn herinnering. Potentieel is het een prima band, maar het vuur ontbreekt simpelweg in het laatste gedeelte van het optreden, waardoor het vuur eerder een waakvlam dreigt te worden en de India nog verder leegloopt. Gemiste kans.

The Amazing Snakeheads speelt een soort freaky rock ’n roll met ferme post-punk drive en frequente noise-erupties. … Toch heb je na een nummer of vier, vijf het gevoel dat je alles van de Schotten al gezien en gehoord hebt. … ze vergeten door te bijten, vergeten hier zelfs de giftanden te ontbloten…. de Schotten zijn een potentiële live-sensatie, die hoogstwaarschijnlijk beter gedijt in de Paradiso bovenzaal… – 3voor12

The Amazing Snakeheads

The Amazing Snakeheads

Zie ook: verslag Lowlands vrijdag en zondag

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: