Home > festival, gezien > Gezien: Lowlands 2012 (zaterdag)

Gezien: Lowlands 2012 (zaterdag)

Dag twee van deze Lowlands editie staat nu niet echt te boek bij ondergetekende als een dag met opzienbarend goede acts, maar zoals altijd valt er toch wel genoeg te beleven. Zo slenteren we lekker loom langs de verschillende tenten op het terrein en is het toch wel wennen aan die verzengende hitte overdag. Gelukkig heeft iedereen de waterpistolen en waterballonnen op zak voor het grote watergevecht bij het strand van Lake Lowlands (en de Alpha/Charlie tent), maar ook de rest van de dag nodigt het warme weer uit tot spontane en verfrissende man-tot-man gevechtjes.

Bij de koffie en het ontbijt is het met James Vincent McMorrow in de India relaxed wakker worden. Ook nu valt me weer die hoge stem van deze Ierse zanger op als je aan komt lopen, net zoals vorig jaar op de-Affaire, waar hij nog alleen op het podium stond met een gitaar. Vandaag mét band klinkt het geluid logischerwijs een stuk voller en zit er veel meer dynamiek in de set. Er wordt mooi afgewisseld tussen uitgelaten en ingetogen folk-achtige liedjes. Of noem het warme, soms melancholische, muziek die bij vlagen ook fris en sprankelend overkomt. (setlist)

Straattheater

Hippe nieuwe bandjes komen soms vanuit het niets – zo lijkt het – en kunnen voor volle tenten zorgen (naast Django Django gisteren). Zo ook , in de volksmond ook wel Alt-J genoemd. Waar dat zo snel vandaan komt is me toch ook nog een raadsel. De band heeft net een album uit (An Awesome Wave), maar zoals eerder gezegd gaat het tegenwoordig blijkbaar snel met het ontdekken van nieuwe muziek. Het album werd goed ontvangen en ik vind het ook wel fris en pakkend (folktronica-achtige feel-good indie), maar de band weet me vandaag live nog niet helemaal te overtuigen. Ze beginnen overigens wel sterk met het “Intro” van het album gevolgd door “The Ripe & Ruin: Interlude II” gezongen door het Theaterkoor van Dario Fo (The Kyteman Orchestra). Toch een leuk uniek momentje. Gelukkig staat het geluid ook redelijk vandaag in de Bravo. Daarna het licht melancholische “Tesselate” (met een beetje nasale Ozark Henry-achtige zang) en “Something Good” met dat fijne ritmische begin en die sprankelende piano. Hierna valt het concert wat in herhaling en blijft de kracht en finesse van het album live niet helemaal overeind vind ik. De muziek mist wat fut en het wordt langzamerhand wat lomer, vast onder invloed van de warmte. Kan ook aan mij liggen. De mooie koortjes van de heren worden op een gegeven moment zelfs wat te veel van het goede en klinken aan het eind van het concert zelfs wat flauwtjes. Nee. Alt-J zorgt nog niet voor een aardverschuiving vind ik zelf, het mist daarvoor een – over de hele linie – spannende / dwingende live-uitvoering, maar slecht was het ook niet. (setlist)

Alt-J

Even weer iets heel anders en dan zit je in de X-Ray wel goed. Saschienne is een soort van romantische minimale techno/pop op een bedje van licht fonkelende knisperbeats van producer Sascha Funk. Hij staat hier samen met zijn vrouwlief Julienne Dessagne die vrolijk meedraait aan de knoppen en de muziek af en toe mooi aanvult met haar mysterieuze zang. Het levert een soort Portishead-achtige muziek op met een lekkere groove waarop je je lekker mee kan laten voeren. Mysterieus en poppy tegelijk. Een fijne tussenmaaltijd in een rustig dampende X-Ray. Nice.

Saschienne

Nog even gauw kijken bij Nobody Beats The Drums 333″ in de Bravo dan, de electrobeukbeatknallers van Nederlandse bodem, met bovendien een 333″ aan LED schermen achter zich (gewoon negen schermen dus) voor de nodige visuele ondersteuning. De heren draaien soepeltjes aan de sample-apparatuur, laptops en andere elektronische apparaten en overtuigen doeltreffend. Gelukkig is dit een formatie die niet eindeloos dezelfde beats blijft herhalen maar een stukje speelse spanning in de nummers weet te brengen. Het L.O.W.L.A.N.D.S. nummer zal vast voor Lowlands zijn gemaakt en is een voorbeeld van de leuke creativiteit van de band, die op een goede respons uit de tent mag rekenen. Terecht ook.

Nobody Beats The Drums 333″

Maar wij moeten even verder naar het watergevecht bij de Charlie en Alpha, gewoon om te kunnen zeggen dat we er ook bij zijn geweest. En natuurlijk is het leuk om een man of tweeduizend water naar elkaar toe te zien gooien of te spuiten, maar ach, dat heb je anders ook wel snel gezien. Bovendien heeft niet iedereen een oneindige voorraad water bij zich. Geinig hoe het volk hier zich vermaakt, maar wij lopen weer terug naar de X-Ray, er is zoveel te doen….

Straattheater

Willy Moon (Nieuw-Zeeland, nu Londen) leek me vooral een interessante originele nieuwkomer, want hoe verzin je het om rockabilly uit de jaren 50 of 60 met de hipste samples van nu te combineren. Willy zelf staat in een (niet al te volle maar snikhete) X-Ray met zijn vette haren en z’n strakke pak zijn meesterlijke old school moves uit te voeren, maar echt bij de les is hij niet vandaag zo lijkt het. Misschien is zijn gedachte meer bij de verkoelende airco van de tourbus, maar hij lijkt wat afwezig vandaag. De drumster mept ondertussen onverstoorbaar en energiek door in BH en korte broek en de gitariste op rechts mag er ook wel wezen, maar vooral de gekke samples van de turntablist maken het geheel bijzonder. Een vooruitstrevende act, maar de uitvoering vind ik vandaag toch wat ondermaats. Hier had meer ingezeten dan een leuke gimmick, maar laten we het erop houden dat het wat te warm was.

Willy Moon

En hup naar de Lima waar Linnea Olsson uit Zweden een leuke verrassing is. Nu moet je wel in de stemming zijn voor wat rustige muziek en schone zang, maar het is dan ook wel heel aardig uitgevoerd door deze dame, die ook wel in het achtergrondkoortje van Ane Brun blijkt te zingen (later op de dag op Lowlands). Haar grootste wapens: de cello en haar stem. En een sample-loop-apparaatje-dingetje, waarmee ze de geluiden van de cello kan herhalen en er vervolgens een tweede, derde of vierde partij bij kan spelen. Dat zorgt ook wel voor wat extra diepte en variatie in het spel. Haar zang is van een mooie finesse, die op fluister-niveau wel wat weg heeft van Agnes Obel of een Sarah Blasko, al zijn haar wat hardere uithalen – als ik zo vrij mag zijn – iets minder aansprekend. Vooral de ingetogen liedjes weten te raken. Bijzonder is de versie van Unfinished Sympathy cover van Massive Attack, en zo zitten er nog wat meer pareltjes tussen de wat meer inwisselbare nummertjes, maar over het geheel blijft het een bijzonder optreden.

Linnea Olsson

Vooruit, we zijn toch al bezig met het vermijden van de Alpha en het opzoeken van bijzondere dingen, laten we nog even Chromatics (uit Portland) opzoeken. Helaas is de X-Ray stampes vol en valt er buiten wat te weinig te horen (al hoor ik nog wel het lekkere “Tick Of The Clock” als eerste nummer) en zeker niet te zien. We gaan er even bij zitten op een afstandje. Gedurende de set wordt het gelukkig iets minder vol en duiken we alsnog de sauna in om ook even te kijken hoe deze band er dan in het echt uitziet. Volgens de beschrijving maken ze melancholische elektronica en Italo-disco, al vind ik de muziek zeker niet zo fout als dat laatste genre doet vermoeden. De poppy tunes en licht stuwende electro-beats worden koeltjes ondersteund met de sensuele zang van Ruth Radelet, die er overigens onbewogen bij staat in dit hete weer, net zoals gitarist/producer Johnny Jewel die geen stap teveel lijkt te willen doen. Lekker onderkoeld met deze temperaturen, maar dat maakt de podiumpresentatie natuurlijk afschuwelijk statisch. De cover van Kate Bush “Running Up That Hill” tegen het einde komt niet geweldig over en wordt als een wat lelijke broeierige dansmix gepresenteerd. Daarna volgt nog cover van Neil Young en die klinkt in deze versie nog wel aardig. Toch wel weer een bijzondere band die misschien een nader onderzoek verdient. (setlist)

Chromatics

Vervolgens lopen we nog wat rond en zien de Bravo tent opgetild worden door de dikke beats en een enthousiast publiek bij Knife Party, net zoals eerder bij Rock Werchter eigenlijk. Altijd leuk om te zien. Lekker recht-toe-recht-aan en dat mag je dan ook wel verwachten van deze twee jongens achter de knoppen, die eerder nog hun brood verdienden bij Pendulum.

Onze drang naar het bekijken van nieuwe, gekke acts is onstopbaar, dus we lopen snel naar de Lima waar de redder van de soul op de planken staat. Minder gelovigen: geloof het maar! James Brown is terug! En hoe! Charles Bradley en zijn Extraordinaires laten hier een goed potje dampende Motown soul horen. Geheel volgens het boekje, maar dan wel ontzettend goed uitgevoerd, inclusief indrukwekkende uithalen en bijpassende dansjes. Het verhaal gaat dat deze markante man pas vorig jaar doorbrak op een leeftijd van 64, maar al langer door het leven gaat, zelfs als James Brown ‘impersonator’ onder de naam “Black Velvet”, al wordt hij ook wel vergeleken met Otis Redding. Het publiek juicht bij elke oerkreet en subtiele move en zodoende is Bradley toch ook wel weer een van de smaakmakers van Lowlands. Wat is het toch tof om zoveel verschillende dingen op een rijtje te kunnen zien op zo’n festival.

Charles Bradley

Goed, dan moet je toch wat en de Grolsch tent is niet al te ver van het kleine Lima podium. The Whitest Boy Alive leek me nogal soft maar de band maakt er in de tent wel een behoorlijk feestje van, althans het publiek doet opvallend lekker mee en de zomerse elektro-pop komt nog best fris en opwekkend over. Licht dansbaar zelfs, en stiekem ook wel wat leuker dan verwacht van deze guitige kereltjes in korte broeken. En, dat mag ook eens gezegd worden, het geluid staat deze keer lekker helder.

Dan kiezen we daarna toch maar voor de wat gewonere gitaarmuziek in plaats van een stoempende Skrillex als afsluiter (in een ongetwijfeld overvolle Alpha) en lopen we naar The Walkmen in de India waar het gelukkig niet zo heel druk is. Waarom deze band uit New York? Ach ja, soms ga je wat af op berichten of tips van anderen, maar op de plaat had het me nog niet helemaal weten te overtuigen. Maar eerlijk is eerlijk, hoeveel aandacht heb ik het thuis dan ook gegeven? Zo live vind ik de eerste paar nummers ook nog niet heel bijzonder en concludeer ik dat ik met sommige indierock gewoon niet zoveel zal hebben, hoe goed de kenners het dan ook vinden. Een goed liedje kan ik gewoon wat saai vinden misschien. Vooral hoe de gitaar wordt ingezet bij de eerste twee nummers vind ik niet heel inspirerend, maar gelukkig is de zang dat wel. Zanger Hamilton Leithauser staat wat knullig op het podium vind ik, maar hij zingt wel enorm gepassioneerd en bevlogen. De gekozen zanglijnen zijn bovendien erg goed op de muziek geplaatst. Als de set vordert neemt het zeker wat twijfel bij me weg (vooral als het tempo eens omlaag gaat, maar ik zou de nummers sowieso beter moeten leren kennen denk ik), maar toch mis ik hier een daar een gekke uitspatting of een echt scherp randje. Bij vlagen vrij aangenaam zullen we maar zeggen.

The Walkmen

Advertisements
  1. Nog geen reacties
  1. 30 december 2012 om 16:24
  2. 30 december 2012 om 16:24

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: