Home > festival, gezien > Gezien: Lowlands 2012 (vrijdag)

Gezien: Lowlands 2012 (vrijdag)

Heet hè. Wat is het heet hè. Lowlands gaat de boeken in als een van de heetste, zo niet de heetste editie ooit, maar daarmee vertel ik niets nieuws. Gelukkig mochten we met z’n allen een leeg halfliter plastic flesje meenemen naar binnen. Zonder dop overigens, want die zijn zo lastig uit de grond te rapen als die er in worden getrapt, dus smokkelde iedereen zo’n dopje apart mee naar binnen. Tussen de borsten was voor de dames de ideale plek begreep ik. Waterpistolen mochten ook mee op het terrein, zodat we elkaar als blije kleuters wat verkoeling konden toeschieten gedurende het lange weekend, met als hoogtepunt het grote watergevecht op zaterdagmiddag. Gelukkig waren er extra waterpunten neergezet bij de WC’s, al was daar het op de heetste momenten nog steeds wel heel druk. Maar man oh man. Wat was dat nodig zeg. Water over jezelf heen gooien was nooit zo lekker en bovendien broodnodig. Veel water drinken was het juiste advies en dat werd door iedereen serieus opgevolgd, met als gevolg dat de dranktenten het niet heel druk hadden. In de tenten met muziek was het vaak genieten van een gratis sauna, waarbij het zweet in kleine riviertjes van de lichamen afdroop. Maar goed, in Zuid-Europa lachen ze om dit soort temperaturen dus laten we niet al te veel overdrijven, maar ik ben blij het allemaal goed te zijn doorgekomen. Ik haat dit soort hitte. Enfin. Terug naar de muziek en ander vertier, want daar is het toch ook weer om te doen bij deze twintigste editie van Lowlands.

Terwijl de meeste mensen hun tentje weer op de donderdag hadden neergezet komen we traditiegetrouw op de vroege vrijdagochtend aan. Weinig rij en doorlopen naar achteren op camping vijf, ook wel omgedoopt tot de ouwe-lullen-camping, want het is daar toch relatief rustig. De nieuwe tent blijkt inderdaad een stuk makkelijker op te zetten dan die vorige kapotte en stinkende koepeltent, dus ik ben al gauw in mijn nopjes. Mijn festivalmaat is gelukkig ooit een talentvolle padvinder geweest, dus die wist een mooi schaduwplekje te creëren van een stuk zeil, opgehangen aan bamboestokken en vishengels. Hoera! We hebben schaduw! En koel bier! Gauw opdrinken voordat het warm wordt. We vertrekken op tijd naar de ingang, want daar stond vorig jaar toch een fikse mensenmassa en het zou toch onhandig zijn om daar lang te moeten wachten in de hitte en het risico te lopen de eerste band te missen. Gelukkig kunnen we zo doorlopen en binnen no-time zitten de bronzen festivalmuntjes in onze binnenzak, is het flesje gevuld met koel water en hebben we het bamboe-mikado-kunstwerk en dat rare oranje kunstwerk op de foto gezet. Het gras is nog heerlijk groen en onder die bamboe-structuur kun je prima zitten in de schaduw.

Maar dan toch in de benen voor de India tent die vlakbij de ingang staat geposteerd. Cloud Nothings uit Cleveland, Ohio is een van de (weinige) goede stevige bands die voor het festival waren geboekt en het is tijd om die eens nader te onderwerpen aan een live-bezoekje. De tent is goed gevuld en de band weet een deel van het publiek mooi weg te blazen met hun bij vlagen opgefokte gitaarherrie. Ik bedoel letterlijk wegblazen, want een deel van het publiek trekt het blijkbaar niet want de tent is een stuk leger na afloop. Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. Het is bij vlagen een compromisloos zooitje lawaai met niet al te frisse zang, maar vooral het geluid laat behoorlijk te wensen over vind ik. Als je al moeite hebt om een lijn te ontdekken in een nummer staat het geluid te wollig – of ik sta op een verkeerde plek. Gek is het toch om achteraf op de Lowlands YouTube dit defect niet terug te horen. Maar dan toch. Het epische en lange “Wasted Days” is de verwachte topper van de set en bevat een heerlijk lang gitaarstuk waar menig band jaloers op zou zijn. Op de meest energieke momenten ontstaat vooraan het podium een kleine moshpit, wat toch wel een goed teken is. Toch glijden er ook doodleuk wat nummers langs me heen, wat zoveel betekent dat de band ondertussen wel een aantal – eh – dikke nummers in handen heeft maar voor de rest van de set nog wat moet putten uit minder opzienbarend materiaal. Misschien snapt de band dat zelf ook, de focus lag vooral op het laatste en prima ontvangen Attack On Memory album en na circa 48 minuten is het al gedaan. Ik zou de band dan toch nog graag een keer in het clubcircuit willen zien als het geluid in de zaal wel helemaal in orde is en het publiek er ook speciaal voor komt, dat lijkt me een betere situatie. Toch vind ik het uiteindelijk wel een goed optreden, dat bij vlagen spetterde maar in deze setting niet de gehoopte euforie bezorgde.

Cloud Nothings

De geluidsmix staat opmerkelijk beter in de India voor de volgende band aldaar: White Rabbits uit Brooklyn New York. De witte konijnen brengen vooral niets-aan-de-hand feelgood indierock – vooral het begin van de set is wat lafjes – maar gedurende de set weten ze het publiek langzamerhand te overtuigen. Met een man of zes op het podium mag je dan ook wel een vol geluid verwachten en het uiteindelijk wordt het wel een fijn harmonisch geheel. Van aardige deuntjes tot hartverwarmend of licht broeierig, de band overtuigt bij vlagen. Sterke punten zijn bijvoorbeeld het pianospel in combinatie met vurige gitaren, de speelse percussie (met zowel een drumstel als een extra mannetje op percussie) en de werkelijk ‘spot-on’ baspartijen. Aan de andere kant stoppen de nummers wat abrupt waar ze misschien beter hadden kunnen kiezen voor wat opwindende jams. Uiteindelijk maakt de band geen diepe onuitwisbare indruk, maar echt onaardig is zeker ook niet. (setlist)

White Rabbits

Gauw nog even naar Refused in de Grolsch tent. De Zweedse hardcore punkband is daar al begonnen aan een furieus optreden met hun bekende opzwepende beats en straf raggende riffs. De band werd in 1991 geboren maar stopte  in 1998, met The Shape of Punk To Come als laatste wapenfeit en tevens hoogtepunt van hun carrière. Niet gek dus dat vandaag veel van dat album wordt gespeeld. Zanger Dennis Lyxzén oogt springlevend als een energiek slangenmens vol adrenaline. Hij zwaait behendig met zijn microfoon en bralt de nodige wereldverbeterende teksten. De band is niet vies van wat statements, zo staat “Free Pussy Riot” op de drums gekalkt, precies zoals je van zo’n band ook wel kunt verwachten. Met “New Noise” ontploft de aardig-maar-zeker-niet-geheel-gevulde Grolsch en spring ik gewoon ook nog lekker ritmisch mee de lucht in. Wat een heerlijk knallende set is dit, punkrock op zijn best en zoveel beter dan een hoop standaard tienerpunkshit. Als laatste song wordt “Tannhäuser/Derivè” opgevoerd, met van die opvallend rustige passages. Een voorbeeld van hoe een band muzikaal diepgang kan aanbrengen. Refused is weer springlevend en de heren laten gelijk zien dat ze gewoon een van de betere acts zijn in het genre en klinken niet gedateerd, ondanks die fikse pauze van 14 jaar. (setlist)

Refused

Terug naar de India tent waar inmidels dat hippe tUnE-yArDs staat. Als we aan komen lopen is de band al begonnen en van een afstandje hoor je al duidelijk de indringende zang van Merrill Garbus uit New England, die als een Afrikaanse zangeres een bezwerend ritueel lijkt op te voeren. Haar stem en drums gaan vaak door een sampler die ze bediend met haar voeten, want ze moet natuurlijk ook nog ruimte over hebben voor haar ukelele en andere vrolijke fratsen. Dat is interessant om te zien, maar tUnE-yArDs ‘in het wild’ wil me niet raken vandaag, ondanks de technisch knappe uitvoering (de verschillende laagjes worden mooi gestapeld en op- en afgewikkeld), de poppy deuntjes, de interessante saxofoons en de bevlogenheid van de zangeres. De zang werkt me gewoon wat op de zenuwen en ik mis een mooie melodie in het geheel. Ik begrijp wel dat het hip is – het is zeker vernieuwend – maar ik kan er niet echt van genieten.

Dan toch nog maar even naar dat zweethok. De X-Ray is nog steeds een onmogelijke en onooglijke golfplaten schuur en bij een beetje warm weer een vervelende sauna. En je moet hier wel binnen staan, buiten is het geluid nauwelijks te horen. Bij Sun Araw (een verwijzing naar jazzmaster Sun Ra begrijp ik later) is het echter niet té druk en kunnen we nog mooi vooraan luisteren naar de fratsen van deze twee heren. Brein van de band – Cameron Stallones – brengt regelmatig van die experimentele platen uit, maar vandaag is hij toch in een redelijk toegankelijke bui. Minder vaag dan ik had verwacht in elk geval. Met zijn hippe snorretje plukt hij rustig aan zijn gitaar of draait hij secuur aan zijn knopjes. Aan de andere kant het podium wordt hij ondersteund door een bassist die zijn basloopjes af en toe door de zelf-sampler gooit. En het is allemaal nog licht dansbaar ook – zeker als het reggae-ritme wat naar boven komt drijven. Maar de psychedelische soundscapes komen toch ook soms lekker door. Bliepblop achteroverleun minimal elektro, bedenk ik me ergens, soms aangevuld door de zang met een shitload aan echo-effecten. Ach, je kunt het slechter hebben met het drukkende weer, al is het doorsnee Lowlands publiek vooral ergens anders op het terrein te vinden op dit tijdstip.

Sun Araw

Tijd voor het leukste nieuwe bandje van het festival. Django Django uit Schotland staat een klein stukje verderop in de Bravo tent en daar loop ik maar eens op tijd heen. Ik moet dan wel mijn favoriete bands Patrick Watson en Graveyard missen, maar ik vind het dan ook extra leuk om nieuwe dingen te ontdekken op zo’n festival. Het gelijknamige album van deze band van eerder dit jaar is goed ontvangen en blijkbaar zijn meer mensen benieuwd naar deze band (al reageren de meeste mensen alleen echt goed op de hits, zo lijkt het). De Bravo staat propje vol en ik sta aardig vooraan. Opvallend toch hoe dit soort nieuwere bands snel ontdekt worden en volle tenten trekken (net zoals Alt-J bijvoorbeeld), dat moet toch met de hedendaagse mogelijkheden van Internet te maken hebben (YouTube, Spotify, blogs met Lowlands tips, geen idee). Toch heb ik spijt van die plek vooraan, de bastonen overstemmen de band tot een wollige brei, en dat neemt daar vooraan alle finesse weg. De mid-tonen worden weggedrukt en de echoënde Beach-Boys-achtige samenzang verdwijnt zelfs irritant achter een dik wollen tapijtje. Mwah, zo kan ik niet echt genieten van die leuke aanstekelijke tunetjes – maar zie ik wel vrolijke en fruitige bandleden met kekke t-shirtjes. Die toetsenist! Vrolijke nerd in het kwadraat! Verdorie, ook die leuke geluidseffectjes kan ik nauwelijks ontdekken in deze brei (bij het fantastische “Default” bijvoorbeeld), en op driekwart wring ik me toch maar uit de voorste contreien. Juist ja, achterin is het (inmiddels?) een stuk beter te horen. Nee, de nummers zijn uitstekend, maar het komt niet helemaal over. In welke knusse zaal kunnen we deze heren nog eens een keer zien? Of zijn ze nu al categorie HMH of Ziggodome? Leuke band toch, die jongens gaan we vast nog vaker zien op festivals. (setlist)

Django Django

Django Django

Even terug naar de India voor het subtielere The Antlers (New York) die in redelijk gevulde India van die mooi uitwaaierende indierock laten horen. De band start met het trio “Rolled Together”, “Parenthesis” en “No Widows” van de laatste plaat Burst Apart. Van de andere platen komt een enkel nummertje voorbij. De stem van Peter Silberman is soms hoog maar net niet irritant, al kun je het allemaal in combinatie met de rustige klanken soms wat dweperig vinden. Daar tegenover staat dat bijvoorbeeld een nummer als “Hounds” zo live gespeeld indrukwekkender op mij overkomt dan op de plaat. Al met al is het een mooi en licht dromerig optreden dat bij momenten wel wat aan mij voorbij glijdt.

The Antlers

Vanaf de India is het een stevige wandeling naar de Charlie, waar Jamie N Commons in de ondergaande zon een aardig portie blues/country/gospel ten gehore brengt. Natuurlijk valt zijn geweldige en doorleefde stem op. Hij klinkt als een zestiger met de nodige drankproblemen in het verleden, maar het is echt een knulletje van 22 die hier klinkt als Nick Cave, Tom Waits of Mark Lanegan. Dan kun je je afvragen of het dan wel echt vanuit het hart wordt gezongen, maar wat hij hier brengt is passievol en geloofwaardig. Goed, de muziek is verder niet veel anders dan dat je in dit genre kan verwachten, maar de band is goed, de show is goed en de sfeer is goed. De gemiddelde leeftijd voor het podium mag dan wat hoger zijn dan anders, maar dat boeit verder niet. Gedateerd genre? Misschien wel, maar wel uitstekend uitgevoerd.

Jamie N Commons

Vervolgens blijven we even hangen rond de Lima bij Otava Yo, volgens de beschrijving  “Lolbroeken uit Sint Petersburg”. Goed, hier is dus even het feestje met de dansende bamboeplanten. De band heeft een patent op aanstekelijk vrolijke deuntjes, denk aan Russische smartlap/meezingers, Oost-Europese Pater Moeskroen-achtige blije folk of het “Wij Houden Van Oranje” volkslied met doedelzak. Vrolijke jongens dus. Iedereen die rond de Lima tent staat krijgt vanzelf een big smile op het gezicht.

Goed, als afsluiter kiezen we niet voor The Black Keys, Feist, of dat bandje met dat ene hitje (Will And The People), maar het (voor ons dan) minder voor de hand liggende Nicolas Jaar. Hij is een 22-jarige producer uit New York en maakt zoiets als minimal techno, vandaag ondersteund door een gitarist en saxofonist. In een donkere Bravo is de band gehuld in een dikke mist, verlicht door blauwe lampen. Dat beeld past wel bij de dromerige klanken en lichte beats die Nicolas Jaar op ons af laat komen, aangevuld door een mistige gitaar en sax. Daarbij blijft het soms onvermijdelijk hangen in dezelfde repeterende beats en klanken, maar dat kun je ook uitleggen als ingehouden spanning en bepalend voor een mystieke sfeer die het soms oproept. Jammer eigenlijk dat ze er geen passende beelden bij vertonen. Elke verschuiving is dan extra opvallend en dat weet grotendeels te boeien, maar we geven de voorkeur om de set verder buiten de tent aan te horen.

Nicolas Jaar

Als afsluiter van de avond duiken we nog even de Juliet tent in voor een lekker bloederig toneelstukje met veel bloot vlees: het Vlaamse Abattoir Fermé met “Snuff”. Er wordt geen woord gesproken in dit onheilspellend stukje theater, dat verder niet echt een logisch verhaal kent maar vooral de vorm van goed bij elkaar passend beeld en geluid. De harde pompende geluiden en de fel flitsende stroboskooplichten ondersteunen een sterk staaltje luguber toneel, waarbij twee dames en een heer elkaar theatraal vermoorden, al dan niet geheel functioneel naakt en overgoten door de nodige liters bloed. Op het randje tussen schokkend of gemaakt, absurd of grappig. Interessant om eens te zien na al die live muziek en daarom een boeiend tussendoortje. En dat is natuurlijk ook de kracht van Lowlands…

Advertisements
  1. Nog geen reacties
  1. 30 december 2012 om 16:24

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: