Home > festival, gezien > Gezien: de-Affaire 2012 (zaterdag/zondag)

Gezien: de-Affaire 2012 (zaterdag/zondag)

Het is de week van de vierdaagse, een wandeltocht waar vele duizenden deelnemers blaren aan de voeten krijgen en Nijmegen wordt overspoeld door wandelaars of bezoekers aan de wandeltocht de vierdaagsefeesten. Als inwoner van Nijmegen maak ik me al jaren niet zo druk meer over die wandeltocht, maar stort ik me met mijn muzikale hart en ziel liever in het festival waar de ware muziekliefhebbers hun vingers bij aflikken: de-Affaire. In de loop der jaren is het festival in het Valkhofpark uitgegroeid tot een bijzonder fijne plek om al het platte feestgedruis elders te ontlopen, en je in het mooie park te laten verwennen met een interessante verzameling van talent en andere acts voor fijnproevers.

Net zoals vorig jaar is de zaterdag helaas een natte bedoening. Het regent soms flink door, maar dat weerhoudt er veel mensen toch niet van om de eerste avond van de-Affaire te bezoeken. Het is opvallend druk zelfs, maar de zaterdagavond is dan ook wel een fijne uitgaansavond en het programma is bijzonder goed gevuld. Dat wordt keuzes maken, al ben ik natuurlijk weer veel te eigenwijs en hop vanavond eigenlijk te veel langs verschillende podia om maar niets te missen. Het is ook de avond van FortaRock langs de Voerweg, en dan weet je dat goede acts krijgt voorgeschoteld op metalgebied. Wat dat betreft stelt de organisatie van FortaRock zelden teleur. Het podium is daar ruimer opgezet dan andere jaren, maar het veld blijkt vanavond toch wat klein om alle metalliefhebbers een goed plekje te bieden.

Zaterdag

Gelukkig is er dan nog genoeg ruimte voor het podium als een van mijn favoriete bands van het festival zal beginnen. Ik posteer me dan ook vlak voor het podium om me mee te laten voeren in die heerlijk traag opbouwende psychedelische space/sludge/doommetal van de Italiaanse band Ufomammut. Bassist Urlo is een guitig behaard mannetje die er zichtbaar zin in heeft. “Hello” klinkt er door de microfoon met een hallucinerende echo. Goed, die doet het dus, en met die psychedelische effecten zal het dan ook wel goed zitten. De band zet dan “Stigma” in van het album Idolum uit 2008, dat een stuk langzamer begint dan de versie op de plaat. We worden door middel van een bloedstollende opbouw in de wereld van Ufomammut getrokken, waar langzame repeterende riffs worden aangevuld met een flinke bak effecten die de gitaristen met hun voeten besturen, en een drummer die secuur zijn drums bewerkt met goede rake klappen. Die trage opbouw is het spannende voorspel voor de uitbarstingen die volgen in elk lang nummer, en het publiek juicht dan ook bij elke goed geplaatste break of tempoversnelling. De band speelt na “Stigma” zo’n beetje het hele nieuwe album ORO: Opus Primum met allemaal nummers van rond de tien minuten. Maar als ze twintig minuten hadden geduurd had ik het ook goed gevonden, dat heb ik ook met een band als Motorpsycho als ze live spelen. Wat een heerlijke trip. Bovendien stond het geluid goed en hard daar voor het podium, ook al mocht de zang wat harder en klonk de geluidsmix aan het begin van het optreden wat schel. Later op de avond zie ik de heren van Ufomammut nog met dozen sjouwen op de trap van het park naar de Voerweg. Stom, ik had natuurlijk even de merchandise moeten checken. Hadden ze verdiend.

Ufomammut

Dat is dus al een vroeg hoogtepunt van het festival, maar de avond heeft meer in petto. Boven in het park begint het Deense Reptile Youth op het Arc-podium, het nieuwe hoofdpodium van het festival. De band maakt er een onderhoudend optreden van, waarbij zanger Mads Damsgaard Kristiansen zoals verwacht wel in het publiek duikt, maar er verder niet echt geloofwaardig veel zin in lijkt te hebben. De muziek van de groep is frisser dan de bandleden zelf, zo lijkt het, waarbij je de synthesizer overigens wel hoort maar niet ziet. De manier van zingen doet me trouwens denken aan de zang op “We Are Your Friends” van Justice, en het is eigenlijk jammer dat de zanger het hele optreden op die manier zingt. Goed, dan valt er toch nog wel te dansen, waarbij dat regenbuitje gewoon door het publiek wordt getrotseerd. De nummers zijn hier en daar dan ook best aardig, alsof The Rapture een dansje doet met Franz Ferdinand in een dikker elektronisch jasje, maar echt spetteren wil het ook weer niet.

Reptile Youth

Dat doen wel de heren van Red Fang uit Portland, USA, die inmiddels zijn begonnen aan hun optreden op een overvolle Voerweg. Zelfs naast de trappen vinden de mensen nog een plekje op de heuvel, al glijdt menigeen uit over het natte gras. Het is dan ook verschrikkelijk gaan plenzen tijdens het optreden, maar het is mooi te zien hoe de fans vooraan het podium zich daar niks van aantrekken en helemaal uit hun plaat gaan. Het is dan ook wel erg strak wat de heren doen. Ze brengen de stonermetal/rock met een zelfverzekerde, maar prettige bravoure. Opvallend trouwens hoeveel bands er zoveel pret in hebben op dit festival (met uitzondering van de vorige band dan). Dat is toch een verschil met grote bands zoals op Rock Werchter een paar weken terug , waar je sommige bands hun set op een lichtelijk verveelde routine ziet afwerken. Nee, Red Fang heeft een leuke interactie met het publiek, en een aantal nummers worden luidkeels meegezongen door de enthousiast fans.

Red Fang

Terug naar boven waar de Rotterdamse band Rats on Rafts op het hoofdpodium staan, een mooie prominente plek op festival, en dat plekje is ze gegund gezien het leuke The Moon Is Big album van vorig jaar. De band is bezig aan een indrukwekkende tour waarbij ze al op vele festivals en podia stonden het afgelopen jaar. Met hun postpunk en new wave vlechten ze toch een lekkere groove in veel nummers, vast ook een gevolg van die dikke baslijnen en een heerlijk furieuze drummer. Een stuk vrolijker nog dan sommige donkere referentiepunten uit de eighties waarmee ze wel eens worden vergeleken, of die ze zelf noemen als referentiepunt (Joy Division, The Cure, The Fall, The Birthday Party, Minny Pops). Dat ik er ergens Franz Ferdinand in hoor zal wel aan mij liggen, want dat heb ik vaker vanavond (zoals ook bij Reptile Youth). Absoluut hoogtepunt is “Jazz” dat slim als laatste wordt gespeeld, een lang nummer dat lekker doordreunt met veel ruimte voor instrumentale improvisatiestukken en waar de gitaar de volle ruimte krijgt toebedeeld. Een heerlijk toetje van een prima optreden. Jammer eigenlijk dat ze zo weinig interactie met het publiek hebben verder, de bandleden snellen het podium af zonder nog een blik te wenden tot het publiek.

Rats on Rafts

Het is makkelijk schakelen van het ene podium in het park naar het andere. Op een kleine steenworp afstand ligt het Boog-podium dat dit jaar in de plaats is gekomen van die bijzondere plek in de ruïne. Natuurlijk kan het zo zijn dat dit allemaal praktischer is maar we missen toch ook die aparte sfeer van dat mooie stukje historie in het park, met dat oplopende heuveltje er omheen waar je zo lekker kan zitten. De Belgische band Kiss the Anus of A Black Cat is de eerste band die ik op het nieuwe podium zie. Rare bandnaam? Klopt, het verwijst naar een heksenritueel uit de middeleeuwen. Zo’n band sluit wel aan bij al die eighties wave van vanavond, al is deze band een stukje donkerder, of depressiever zo u wilt. Joy Division, Sisters of Mercy, maar ook een naam als Depeche Mode doemt in me op. Vooral die meeslepende synthesizer krijgt hier de volle ruimte, geserveerd op een bedje van lome beats. Stef Heeren zingt er ingeleefd en lichtjes gekweld overheen.

Kiss The Anus Of A Black Cat

Ondertussen speelt op het podium van de Voerweg Baroness, en die wilde ik ook nog graag een keer live zien, dus hop ik even naar beneden. De Amerikaanse band stond ook al eens in 2010 op het jaarlijkse FortaRock festival en mag vandaag de avond daar afsluiten. Het is bijna net zo druk als bij Red Fang, en de fans laten zich weer gelden zo vlak voor het podium. Waar is dat stagedive-verbodsbordje? Nergens. Dus zo af en toe springt er iemand ouderwets op het publiek vanaf het podium. Dat geeft ook wel aan dat het toch wel een energiek optreden is, want de band heeft net een nieuw album uit dat een heel stuk rustiger en melodieuzer klinkt. Aan de andere kant pakt het me vanavond minder dan ik had gedacht. Goed, de band speelt uitstekend, de bas pompt lekker door, de riffs en het gitaarspel zijn op veel momenten heerlijk, het enthousiasme bij de band werkt aanstekelijk, maar toch mis ik een stuk onverwachts vernuft. Bovendien is de zang echt matig, maar dat is toch al zo’n ondergeschoven kindje in dit genre. Prima optreden, maar vanavond matcht het minder met het soort metal dat ik echt geweldig vind.

Baroness

Terug naar boven en daar is Twin Shadow bezig met een warme show in het natte park. Nog meer eighties wave dus, maar nu met iets meer zon. Met name de swingende bas zorgt voor een lichte funk, waarop het publiek gewillig heen en weer beweegt. Waar de band van George Lewis Jr. me op de plaat me nog niet helemaal in wil pakken, komt het materiaal een stuk meer tot leven tijdens zo’n liveoptreden door de invulling van het warme geluid vanavond met die warme synths en het prettig afgemeten gitaargeluid. Toch zijn niet alle nummers even sterk en voor een afsluitende act vind ik het zelfs wat behoudend. Maar goed, dat is ook de charme van het festival. Daarmee komt een eerste natte dag van het festival tot een einde, dat nog verrassend goed werd bezocht. De programmering van vandaag was dan ook uitstekend, en morgen is er weer een dag met veel aansprekende namen.

Twin Shadow

Zondag

Festival de-Affaire begint op zondag traditiegetrouw eerder op de dag. Dit jaar wordt er om drie uur ’s middags gestart met Lou Barlow, een van de vaandeldragers van de lo-fi/indie, vooral bekend als bassist van Dinosaur Jr. en zijn band Sebadoh. Helaas moet ik een groot deel van het concert missen, maar krijg ik gelukkig nog wel een goede indruk met de laatste twintig minuten van het optreden. Een band heeft hij niet bij zich, hij begeleidt zichzelf alleen met de akoestische gitaar. Zo achter op de flonders voor het podium is er dan wel sprake van een oorverdovend geroezemoes, waardoor het optreden vanaf die plek lijkt te worden gedegradeerd tot iemand die daar leuk gitaar staat te spelen. Wat verder naar voren staan dan maar. ‘Het is wel gek om zo op een openluchtpodium van die sombere liedjes te spelen’, aldus Barlow, die ook wel snapt dat het binnen beter tot zijn recht zal komen. ‘Zal ik dan maar wat iets spelen dat meer geschikt is voor een festival? Iets met wandelen?’ En hij begint dan aan een vrolijk riedeltje, zingt een paar keer ‘walking’, en stopt prompt weer. Even later: ‘Het gaat regenen, ik ruik het gewoon. Ja, waar ik woon regent het niet zo veel, als het dan regent dan ren ik graag naar buiten. Ik hou wel van regen.’ Barlow is een amabele man en er zitten toch ook echt wel wat vrolijke en meer uptempo nummers in zijn set, naast die wat donkere, romantische of melancholische nummers. Met nummers als “I Believe in Fate” en “New Worship” speelt hij nummers van Sebadoh, al klinken die dan ineens een stuk meer country-achtig. Van Dinosaur Jr. speelt hij “Caring Is Rude”, een werktitel want volgens mij staat het als “Rude” op het nieuwe album van die groep. Prima optreden, al begrijp ik de mensen eigenlijk ook wel die vinden dat zo’n uur ‘man met gitaar’ op zo’n podium best lang is.

Lou Barlow

Dan is het sowieso even omschakelen naar het de Eindhovense band Mozes and the Firstborn. De groep bestaat uit jonge enthousiaste spelers met een gezonde dosis passie. Zo begint de drummer (met een Amerikaanse vlag om zich heen) enthousiast te meppen waarna de band energiek inzet. Jammer dat die energie van het begin niet wordt vastgehouden en het uiteindelijk voor het grootste deel minder vurig klinkt dan dat ik had gehoopt. Een wat standaard bluesnummertje wil dan ook niet echt helpen. Zo lijkt de drummer ook zijn beste kruid verschoten te hebben in het begin, hij lijkt het tempo niet bij te kunnen benen tegen het einde van de set wanneer de heren het tempo weer wat opschroeven. Zo strak is het dus nog niet, maar dat het wat rammelt is in dit genre ook nog wel charmant. Met alleen een EP op zak is het dan ook nog wel begrijpelijk dat ze een kwartier eerder stoppen en maar een half uur speeltijd vullen.

Mozes and the Firstborn

Misschien was dat ook wel lang genoeg geweest voor Dylan LeBlanc uit Louisiana. Presentator Wim Koens en tevens frontman van The Bunny Bonanzas – het mag een keer gezegd worden – is een presentator die wél altijd leuke en informatieve aankondigingen doet voor optredens. Zo maakt hij voor de jonge singer-songwriter de vergelijking met een man van in de veertig, maar die zich nog kind voelt. Bij Dylan LeBlanc is het precies andersom. Nog maar 22 jaar en de ziel van een oude man. Leuke vergelijking. De zanger verraste op het nieuwe album Cast The Same Old Shadow nog met het toevoegen van synthesizers, maar vandaag verschijnt hij alleen met gitaar en BJ Cole op pedal-steelgitaar. In het begin kan ik me nog wel vinden in dat stukje emotie van LeBlanc, gepakt in een aantal mooie mineurakkoorden die zo af en toe voorbij komen, en de zang lijkt prima. En ook die steelgitaar is nog wel te doen, al hou ik niet zo van country-licks doorgaans, maar in het begin vind ik dat nog wel grappig. Alleen blijft het behoorlijk hangen in hetzelfde, waardoor de nodige variatie ontbreekt. De ingeleefde stem van LeBlanc klinkt steeds meer geveinsd en dat stukje getergdheid wordt er technisch in verwerkt door zijn stem bij momenten wat te knijpen. Wat te gelikt dus. In die zin krijg je dus een soort Hema versie van de echte toppers op dit gebied. Nee, Dylan is nog geen Dylan, ook al is hij er naar vernoemd.

Dylan LeBlanc

Dan is Jesca Hoop direct een stuk authentieker. Ook zij verschijnt alleen met gitaar, ondersteunt in de samenzang door Rebecca Stephens, die er natuurlijk maar een beetje verveeld bij staat als ze niks te doen heeft. Maar goed, de aandacht gaat toch naar Jesca Hoop zelf die mooie ingetogen folk-achtige liedjes zingt. En wat een prachtige stem heeft ze. Het ene moment breekbaar en ingetogen als een Agnes Obel, het andere moment gooit ze haar stem allerlei kanten op. Het is goed voor te stellen dat ze ooit de oppas was voor de kinderen van Tom Waits. Ze vertelt hier en daar op een leuke, lieve manier wat verhaaltjes ter introductie van het volgende nummer (en dan heeft ze ook gelijk de tijd om de gitaar te stemmen). Zo vertelt ze openhartig over haar Mormoonse opvoeding en hoe ze het zwarte schaap van de familie werd toen ze haar eigen weg koos op haar zestiende. Toen haar moeder maagkanker kreeg stelde ze voor om marihuana te roken tegen de pijn, iets wat haar moeder tot haar verrassing goed vond. Zo stuurde ze het spul op en moest aan de telefoon uitleggen hoe je dat eigenlijk moest roken. ‘Heb je dat ooit wel eens meegemaakt? Samen high zijn aan de telefoon met je moeder?’ Als ze daarna met het nummer begint dat ze toen schreef voor haar moeder, begint het te regenen. Jesca Hoop blijft boeien en het is ook bijna charmant als een nummer een paar keer verkeerd wordt ingezet. Een mooi en sympathiek optreden.

Jesca Hoop

Nog meer moois met de Amerikaanse singer-songwriter Sharon van Etten, die wel een hele band heeft meegenomen. Dat is dan ook wel weer eens even een verademing. Het volle geluid van de band heeft in het begin nog wat aanpassingen nodig in de geluidsmix, zo is de stem van de zangeres in het begin nog wat iel en schel, maar de warme gloed komt er toch wel snel in. Met het album Tramp van dit jaar kreeg ze veel positieve reacties, en dat is wel begrijpelijk. Toch blijf ik bij vlagen geen fan van haar stem, zoals voorbeeld die lelijke uithaaltjes in “Leonard”, maar het stoort me vandaag een stuk minder dan op de plaat. Haar zang wordt dan ook wel mooi ingepakt door het volle bandgeluid. Mooi is zeker ook de samenzang met toetseniste Heather Woods Broderick. In de loop van het optreden blijven de nummers voor mijn gevoel dan wel een beetje in hetzelfde stramien hangen, maar dat is een kwestie van smaak. We hebben honger en eten verderop wat, en dan mis ik nog het gebruik van de autoharp tijdens “Magic Chords”. Wel gehoord, niet gezien dus.

Sharon van Etten

Met Plants and Animals uit Canada gaan we dan weer even het pad af van de singer-songwriters, en dat is ook wel weer even fijn. De band krijgt te maken met een overijverige rookmachine, de nogal irritant vaak de rook het podium opblaast. De bandleden vinden het gelukkig wel grappig, al vragen ze op een gegeven moment wel of het niet wat minder kan. De post-classic rock, zoals ze het zelf wel noemen, is verrekte degelijk en goed gespeeld, maar wil slechts bij vlagen ontstijgen aan de middelmaat. Althans, ik hoor het niet. Misschien zijn we dan ook wel verwend op de-Affaire, en worden we wat te kritisch. Echt opwindend wordt het vooral tegen het einde van de set, als er ook wat meer funk in komt en het boemeltreintje echt op gang komt.

Plants and Animals

Met Kurt Vile & The Violators heb je dan wat meer kans op een gouden popsong en een pot originaliteit. Jammer dat de muziek van deze oud-gitarist van The War On Drugs zo live maar mondjesmaat uit de verf komt. De zang is tijdens het eerste nummer “Jesus Fever” gewoon niet te horen, en de band lijkt verre van ingespeeld op elkaar. Zo zakt het tempo lichtjes op een paar momenten in de eerste twee nummers, en dat hoort er echt niet bij. Bovendien staan de twee gitaristen van de Violaters er bijzonder gelaten bij tijdens het optreden. Dan zwalkt de stem van Kurt Vile ook nog een beetje in het begin, maar dat trekt dan gelukkig wel weer bij. Op een gegeven moment ga ik maar eens bij de PA staan en rond die tijd komt het geluid en de band dan echt een beetje los. Dan komt er iemand zeggen met een dB-metertje in de hand dat het toch echt niet harder mag, waarna Kurt Vile spontaan twee nummers alleen speelt met de gitaar. Als de band daarna weer meedoet staat de geluidsmix ineens weer vrij slecht. Hoewel we bij vlagen de pracht horen van de nummers van Kurt Vile, wil het op deze manier maar geen goed optreden worden natuurlijk.

Kurt Vile & The Violators

Gum Takes Tooth uit Londen is daarna vooral een grappig experiment. Een drummer en een iemand met een bak effecten voor zich. Je zou dan kunnen denken aan een band als Knalpot als referentie, maar deze twee heren doen het net een tikkeltje anders. De drums zijn best strak en goed, en komen vooral tegen het einde heerlijk los als het erg funky wordt. De geluidjes, samples en bliepjes die er overheen worden gegooid zijn soms grappig (een soort exorcist stemmetje bijvoorbeeld), hallucinerend (zen-zang met dikke echo’s), inventief (mondharmonica, belletjes en nog veel meer in de sampler gooien en laten herhalen), maar slaan ook wel eens als een tang op een varken. Wat zo’n band eigenlijk mist is net iets meer structuur, zodat het net iets minder onnavolgbaar wordt. Maar goed, dat heb je nu eenmaal met experimentele muziek. Echt verpletterende noise wordt het helaas ook niet. Als je een groter publiek wilt bereiken, wat volgens mij best wel kan met dit soort geweldige drumbreaks en leuke ideeën, dan moet je er veel meer bas en dreun ingooien en je publiek iets meer aan de hand meenemen.

Gum Takes Tooth

Vervolgens is de band op tijd klaar en loop ik nog even naar de 23-jarige Belg Adriaan Van de Velde, oftewel Pomrad. Deze jonge producer laat de tong uit mijn bek vallen met de laatste minuten van zijn optreden. Sowieso staat het geluid dan erg vet daar op de Voerweg, maar hoe die jongen dit doet is indrukwekkend. Hij staat er alleen op het podium met een big smile en een synthesizer-gitaar. Onder elk knopje heeft hij de vetste beats en samples, en maakt daar ter plekke een indrukwekkende live-performance van. Die (helaas) paar minuten dat ik heb gezien van het optreden vond ik in elk geval erg goed.

Hanni El Katib

Terug in het park valt Hanni El Khatib wat tegen door een wat slappe set. Blues/soul en garagerock kan mij soms best wel bekoren, maar dit mist gewoon wat vaart en originaliteit. Dan maar weer op pad, want waarom zou ik ergens blijven staan als ik het niet geweldig vind (ik ben ooit eens ergens bestempeld als respectloos om dat te doen, maar ik zou niet weten waarom, waarschijnlijk was het een fan van de betreffende artiest). Maar Jagwar Ma brengt ook al niet het heilige vuur. Goh, de-Affaire kent ook al zoiets als een dipje in het programma denk ik nog, wat maar aangeeft hoe verwend we eigenlijk zijn met zo’n fijn festival. Jagwar Ma is het project van de Australische producer en muzikant Jono Madie. Hij zingt hier met een gitaar om zijn nek, en in zijn band zit verder nog een bassist en iemand achter de laptop en wat effectapparatuur, waar ook de percussie vandaan komt. De chillwave-achtige surfpop klinkt op de plaat (“Come Save Me”) eigenlijk veel leuker dan het live wordt gebracht, maar hoe dat nu komt wordt me niet helemaal duidelijk. Misschien heb ik het ook mis, voor het podium zijn er genoeg meisjes die zwoel en enthousiast dansen op deze gladde muziek.

Jagwar Ma

Dan maar terug naar een beetje fatsoenlijk rock met Automatic Sam, dat al eerder op het festival stond in 2010. Toen vond ik ze nogal inwisselbaar, maar blijkbaar vonden ze het optreden destijds zelf ook dramatisch. Ik gun ze een tweede kans, en ze verrassen me gelukkig met een puike rockshow waar bovendien opvalt hoe ze gegroeid zijn in hun performance. De zanger loopt over van zelfverzekerdheid, maar zijn branie gaat niet over het randje van arrogantie. Nee, het is duidelijk met een knipoog. ‘Niemand draait onze nieuwe single “Lights Out”, maar we spelen ‘m toch gewoon. Zie ik Marco Borsato nog niet doen.’ Goed, dan rockt het hier en daar volgens een bekend recept, maar de drums zijn goed, de gitaren staan op scherp, er zitten lekkere breaks in, en de zanger schreeuwt op een prettige manier alsof Ruben Block even een potje mee komt zingen. “Hard Time Killing Floor Blues” is een lang nummer dat de aandacht krijgt van het publiek die het verdient. Ik ben in elk geval verrast, al snakte ik ook wel even naar wat meer recht-toe-recht-aan rock. Ik heb Automatic Sam een beetje links laten liggen, maar vandaag blijkt het toch een uitstekende Nederlandse rockband te zijn.

Automatic Sam

En dat vind ik op voorhand ook van Drive Like Maria, dat met het recente gelijknamige album weer terug is aan het front. En ik wilde ze nu toch wel graag een keertje live zien. Op de tweede plaat vond ik de band verder gegroeid en ze stellen me vanavond dan ook niet teleur. Een prima mix van nummers van de twee albums komen voorbij en ze openen energiek met “Baby Seals & Rattle Snakes” van het nieuwe album, terwijl het optreden op het andere podium nog niet is afgelopen. Dan is “I’m On A Train” in prima vervolg, misschien wel het bekendste nummer van de band. Op de helft van de set wordt het rustige “On The Road” mooi ingezet door Bjorn Awouters op de akoestische gitaar, een mooi rustpunt tussen de wat hardere nummers. Drive Like Maria is gedreven vandaag en werkt zich goed in het zweet. Gitariste Nitzan Hoffmann huppelt parmant over het podium en maakt stoere poses voorop het podium, met grootste gebaren richting het publiek. En waarom niet. Natuurlijk wordt het optreden voor een deel gedragen door de bekende stonerrockriffs, maar de souplesse van de band en het goede materiaal maakt het tot een heerlijk te verteren hoofdmaaltijd. Een prima afsluiter van wederom een heerlijke dag van de-Affaire.

Drive Like Maria

Zo rondom het laatste optreden is het park toch opvallend minder druk geworden vergeleken met een dag eerder. Misschien ligt het aan de zondag en zullen er nog mensen moeten werken een dag later. Gezien de weersvoorspellingen is het te hopen dat het festival niet letterlijk in water valt de rest van de week en dat het toch nog wel gezellig druk blijft op het Valkhof, al worden de donderdag en vrijdag traditioneel goed bezocht. Veel bezoekers zijn dan ook hard nodig om het festival te laten bestaan, want alle inkomsten komt uit de drankomzet. Dan is 2,50 Euro voor een muntje eigenlijk heel schappelijk (vergeleken met Appelpop bijvoorbeeld, waar een muntje 2,90 was vorig jaar). Toch zijn er vooral op zondag nog wel een hoop van die bezoekers te vinden die tassen vol blikken bier meesjouwen op het terrein. Helemaal ergelijk is het als er iemand een blik bier vooraan op het podium zet waar op dat moment een optreden plaatsvindt. Kijk, dat zijn de parasieten van zo’n gratis festival. De slogan ‘Gratis festival: ja. Gratis drank: nee.’ is goed gevonden, en misschien moeten we als liefhebbers die mensen er gewoon meer op aanspreken. Gelukkig, dat moet ook worden gezegd, is de overgrote meerderheid wel zo sociaal om gewoon op het terrein drank te kopen.

Helaas moet ik de maandagavond dan overslaan van dit fijne festival, maar de rest van de week ben ik er zeker weer bij. Daarvoor staan er nog te veel mooie acts op het programma. Desnoods met regenpak, paraplu en rubberen laarzen dan maar. Tot later.

p.s. dit bericht is ook verschenen op – en geredigeerd door – File Under.

Van de YouTube geplukt, met dank aan de makers:

___________________________________________________
Ufomammut

___________________________________________________
Red Fang

___________________________________________________
Baroness

___________________________________________________
Lou Barlow

___________________________________________________
Jesca Hoop

___________________________________________________
Sharon van Etten

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: